Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijhouden eener beschrijving der boeken, in Nederland verschijnende, en der artikelen van zijn tijdschriften; de titels op kaartfiches te drukken. Deze af deeling zou met het Brusselsche instituut geregelde betrekkingen moeten onderhouden, om daarvan de titels te verkrijgen over enkele onderwerpen van direct maatschappelijk nut, zooals b.v. onderwijs, arbeid en vragen van administratief belang; steeds diende daarbij de actualiteit in het oog gehouden te worden 1).

De afdeeling Documentatie kwam er in 1910 inderdaad, maar werkelijke documentatie in den vollen zin des woords heeft ze nooit gegeven. Haar voornaamste arbeid is gebleven het „Repertorium op de Nederlandsche tijdschriften", dat, aanvankelijk alleen op kaarten gedrukt, sinds 1914 ook in den vorm van afleveringen verscheen. Deze werden sedert 1915 jaarlijks van alphabetische registers van schrijversnamen en trefwoorden voorzien. Toen de Wereldoorlog uitbrak, zette men een tweede uitgave op touw „Documenten voor de economische crisis van Nederland in oorlogsgevaar", die echter slechts van 1914 tot 1916 heeft bestaan. Het Repertorium heeft acht jaargangen beleefd; jaargang 1921, het jaar van Bijvanck's heengaan, was de laatste. Vooral door de registers was het voor velen een nuttige publicatie, waarop men zich voor een luttel bedrag abonneeren kon. In het laatste jaar van zijn bestaan bedroeg het aantal abonné's ongeveer 600.

Zoo was er dus op alle gebied leven en vooruitgang, ja, vergeleken met vroeger vertoonde de bibliotheek een volkomen nieuw beeld. Het is de metamorphose, die alle voorname bibliotheken in het laatste kwart der i9de en het begin der 20ste eeuw hebben doorgemaakt, die van de min of meer gemoedelijke instelling voor een klein publiek van ingewijden tot het modern beheerde „bedrijf", dat niets onbeproefd laat om zijn bezit op de meest doeltreffende wijze voor een zoo groot mogelijk aantal gebruikers beschikbaar te stellen. En toch — ondanks dit alles —is er in de laatste tien jaren van Bijvanck's bewind een groeiend gevoel van malaise. Er komen aanmerkingen van het Departement, er worden klachten in de Volksvertegenwoordiging en daarbuiten gehoord, de Koninklijke Bibliotheek wordt te vaak, en dikwijls op min aangename wijze een onderwerp van debat. Nu eens is het de aankoop, waarbij te weinig op juridische literatuur en te veel op romans wordt gelet, dan weer de catalogus, die nog maar steeds onvolledig blijft, een andermaal zijn het de Crisisdocumenten

*) Arch. K.B. Brief van 15 Oct. 1907.

Sluiten