Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mevrouw Pardus lag na haar lunch met Roederer, een beetje lui op den divan met een sigaret in haar mond te genieten van heur siësta, toen haar echtgenoot binnen kwam.

„En ... ?" vroeg ze hem lachend aanziende.

Hij trok een pak papieren uit zijn binnenzak en wierp die haar in den schoot.

„Werk aan de winkel. Zoek als de weerga of je onder de namen der hotel of pensiongasten ook vindt F. Drent uit Wassenaar."

„Anschlusz ?"

„Misschien."

„Met die ... ?"

„Met die Raden Mas Troelala alias mevrouw Volkers uit den Haag, die jacht maakt op haar schoonzoon F. Drent uit Wassenaar, een weduwnaar, die met zijn dochter en met „nog iemand" op reis is!"

Hij gaf haar een knipoogje.

Ze knikte.

„Met „nog iemand" ... O . . . "

„Voel je 'm ?"

„Maar wat doet die dochter daarbij ?"

„Dat snap ik ook niet; misschien is 't geen dochter. Maar dat doet er niet toe. Nou eerst zoeken."

Hij trok een deel der afleveringen, welke hij op haar schoot had geworpen uit den bundel en ging zelf aan de tafel zitten naspeuren.

„Drent, hé ?" vroeg ze nog.

Hij kmkte en beiden zwegen dan geruimen tijd in scherpen aandacht voor hun opsporingsarbeid.

Maar het duurde niet lang of zoowel meneer Pardus als zijn echtgenoote, wierpen met zuchtende geluiden van teleurstelling, het eene nagespeurde blad na het andere op den vloer.

Tot ineens, toen meneer Pardus zijn laatste exemplaar reeds had neergegooid en met een verveeld en humeurig gezicht naar het balcon trad, mevrouw Pardus een blijde kreet slaakte.

„Hebbes ?" vroeg hij, zich haastig omwendend.

Sluiten