Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX.

Het hotel Beau-Rivage ligt door zijn parkachtigen voortuin ver genoeg van den Höhen Weg om de gasten geen hinder te doen ondervinden van de verkeersdrukte langs die internationale pantoffelpromenade.

En zoo zaten dan ook twee Hollandsche dames-op-leeftijd, heel gezellig en rustig samen thee te drinken op het schaduwrijke terras van dat hotel, terwijl ze haar conversatietoon zoo zacht konden afstemmen, dat ze zonder vrees voor ongewenschte medeluisteraars, ook de intiemste onderwerpen durfden aan te roeren en te bespreken.

Die dames waren twee douairières van ongeveer gelijken leeftijd en allure, stemmig, elegant, meer bezadigd dan oud, met iets lief-zachts in beider wezen, welke zachtheid een zekere fermheid — waar die geboden zou zijn — echter geenszins uitsloot; het waren de dames van Doesselaer uit den Haag en van Haemsteede uit Overveen.

De laatste vertoefde met haar zoon en schoondochter reeds eenige dagen in Interlaken, mevrouw van Doesselaer had nog slechts een paar uur tevoren haar intrek in het hotel genomen, in welk hotel ook Jacob en de auto een onderdak hadden gevonden.

„Wij wonen in Overveen, mevrouw van Doesselaer," sprak mevrouw van Haemsteede" en dat is nu ook wel buiten, maar ik voelde toch, dat we eens verandering van lucht moesten hebben. Vooral Lucie, mijn schoondochter, had daar zichtbaar behoefte aan. Ze is altijd wel wat slapjes, ziet U, maar ze werd de laatste tijd bepaald hangerig. Het grootste deel der dagen

Sluiten