Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderbrak hij zichzelf, terwijl hij meteen opstond. „Dit gesprek neemt nu toch wel een heel andere richting, dan bij het simpele en vriendelijk voorstel, om U te assisteeren bij het bridgen, kon worden voorzien. Ferdinand en ik hebben als oude vrienden vertrouwelijk gesproken en ik wil zelfs niet de schijn op me laden, dat ik dat vertrouwen zou schenden. Al begrijp ik ook heel goed, dat het allerminst in uw bedoeling ligt, om mij daartoe te verleiden. Maar ik meen nu toch goed te doen mij terug te trekken. Dames ... ik heb de eer ..."

En meneer Pardus boog stijf hoffelijk tegen de drie ietwat verwrongen gezichten der dames en wilde zich omwenden.

„Meneer Pardus," zei mevrouw Volkers dan plots op een wat gejaagden toon.

„Mevrouw ?"

„Het is wel mogelijk en ik geloof het ook zeker, dat we U onrecht gedaan hebben ..."

Meneer Pardus maakte het gebaar van een nobele vergevensgezindheid en trok ook het daarbij passende gezicht.

„Het zou toch niet onmogelijk zijn, indien we nog een beroep zouden doen op uw. . . medewerking."

„Medewerking . . . ?" herhaalde meneer Pardus.

„Ja. Blijft U nog wat in Interlaken ?"

„We waren van plan om morgen te vertrekken," antwoordde meneer Pardus op een eenvoudigen toon.

„Ik hoop, dat U dan nog van dit voornemen zult willen afzien."

„Ik zal het overwegen, maar," en hij glimlachte, „mevrouw Pardus heeft ook een stem in het kapittel. Dames."

Hij boog andermaal, wendde zich om, trad met waardige rustige schreden naar de lift, welk toestel met zijn kostbaren last eenige oogenblikken later door het vergulde rasterwerk wegschemerde, naar hoogere regionen.

Sluiten