Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoeveel ?" vroeg hij dan.

„Lieverd, doe niet zoo kinderlijk! Dat vertellen we mekaar toch immers nooit! Daar kan ongeluk van komen!"

Hij hief een dreigenden vinger.

„Als je dan maar oppast! Fortuna effies laten uitblazen! Houen wat je hebt!"

„Och jeetje," zei ze een beetje verschrikt, terwijl ze hem onderzoekend aanzag. „Ben je al weer blut, vader ?"

Hij schudde lachend het hoofd.

„Kindlief, ik heb mijn Anschluss verdriedubbeld. Nog nooit zoo'n zaak gehad. Waarachtig! Maar moeielijk. . . moeielijk!"

Ze had haar hoed inmiddels in de kast gelegd, dipte wat mat verbleekend poeder op haar warm rood-glimmend gezicht, trad dan toe op den divan, greep meneer Pardus bij allebei zijn beenen, draaide hem daaraan een halven slag rond, zoodat hij normaal kwam te zitten en nam dan nevens hem plaats.

„Jonchie, daar zit sjans in de lucht, dat voel ik, dat ruik ik! Dat blonde croupiertje van 't ganzebord kreeg gewoon de hik van mijn veine. Ik liep scheef van de frankies! Maar vertel es op, wat heb je aan de hand ?"

„Een wonder, kind. Een wonder! Ik had al tuk aan die mesjokke Arabier, je weet wel uit dat autotje. Nou moet je goed luisteren. Die heeft een schoonzoon."

„Weet ik."

„Dat weet je. Die schoonzoon heet Ferdinand Drent. Heb ik uitgevonden."

„Ho vader, niet opsnijen. Jij hebt niks uitgevonden, dat heb ik gedaan 1"

„Gelijk heb je. Maar ik ben naar dat adres toegekuierd en heb die pisang gesproken. Maar dat is een mannetjesputter en zoo gaar als een mensch!"

„Hij had je door?"

„Hij keek door me heen of ik van glas was. Reken maar! Ik lag in no time voor mirakel met de technische knock-out!"

Ze keek verschrikt op.

Sluiten