Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande relatie, op welke ze tegenover de anderen maar in zeer vage bewoordingen had gezinspeeld.

Mevrouw Paling voelde in heur hart eigenlijk niets voor dit gezamentlijke complot tegen Ferdie en veel liever had ze het doel van dit complot op solistische wijze nagestreefd.

Mevrouw van Doesselaer tenslotte, zag nu als een berg op tegen de haar eigenlijk bij verrassing opgedrongen inleiding van het onderwerp, dat met Mr. Pardus zou worden besproken.

In meneer Pardus zelf was natuurlijk niets aanwezig, dat ook maar in de verste verte geleek op schroom.

Hij besefte terecht, dat hij in deze bijeenkomst de sterke man, de allesbeheerschende partij was, het ging voor hem alleen maar om de vraag, op welke wijze hij het moest aanpakken, om uit het geval de meeste „cash" te slaan; de rest was bijzaak.

„Mag ik plaats nemen, dames ?" vroeg hij, toen hij tot het tafeltje genaderd, de drie wachtenden met een hoffelijke buiging begroette.

„Zeker, meneer Pardus," zei mevrouw Volkers, die bereids een stoel voor hem had gereed gezet.

„Deze salon doet me altijd denken aan een der vertrekken op Trianon," sprak meneer Pardus. „Het is eigenlijk jammer, dat we ons niet verkleed hebben in de costuums van die tijd. Dan zou de illusie volkomen zijn!" en meneer Pardus, die op deze wijze de ernstige conferentie met een gezellig luchtig praatje zeer tactvol inleidde, lachte, welke lach door de drie dames echter wat stijfjes werd beantwoord.

„Ja, meneer Pardus . . . hm ... e ... " begon mevrouw van Doesselaer, doch wijl haar stem zich begaf, kuchte ze even en hervatte dan : „We hebben besloten, meneer Pardus om U eens om raad te vragen in een ... e . .. dinges . .. om ons eens met raad en daad te willen bijstaan, ter zake van een conflict of eigenlijk geen conflict, een impasse, of beter gezegd, omtrent een toevallig ontstane verhouding, die ons alle drie . . . e .. . dinges ..."

Sluiten