Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus, zooals ik zei, meneer Ferdinand Drent en er is Dzjobs Melodia. Meneer Drent is met die vrouw op reis gegaan, vertoeft hier met haar in een hotel. Ten opzichte van die collage, passez moi le mot, zoudt U, om welke reden doet niets ter zake en dat interesseert me ook niet, graag zoo volledig mogelijk worden ingelicht. En de vraag, die U mij stelt en de opdracht, die U mij geeft in a nutshell is deze : Kunt gij, Mr. Pardus, ons ter zake inlichten ? Zoo ja, doe het dan! Nietwaar dames?"

En meneer Pardus zeker van den goeden indruk, welke zijn zakelijk betoog had gemaakt, keek met een vragenden glimlach rond.

„Inderdaad," sprak mevrouw van Doesselaer op een ietwat treurigen toon, „wij zouden wenschen ter zake zoo grondig mogelijk te worden ingelicht."

„Met uw welnemen," sprak mevrouw Volkers wat haastig, „ik geloof, dat we er nog veel meer prijs op zouden stellen, indien meneer Pardus zou kunnen bewerken, dat onze schoonzoon aan de funeste invloed van die vrouw onttrokken werd."

Meneer Pardus knikte begrijpend; mevrouw Volkers, zoo had hij met zijn vrouw al uitgemaakt, was de laatste en nog geldige echtgenoote van Ferdinand Drent en het sprak nu wel een beetje vanzelf, dat zij althans den indruk wilde vestigen, dat zij haar ontrouwen Ferdinand nog een kans gunde om van het breede pad weer af te gaan en terug te snellen in haat liefhebbende armen.

„De idee siert U in hooge mate, geachte mevrouw," sprak meneer Pardus dan ook, „en het denkbeeld is mij ook bizonder sympathiek, maar ik zeg U bij voorbaat, dat het inwinnen van informaties meestal een veel gemakkelijker opgaaf is, dan het aanwenden van een bepaalde invloed. Uw Ferdinand is meerderjarig, vergeet U dat niet. Waarmee ik natuurlijk allerminst wil zeggen, dat ik de mogelijkheid om de gewenschte invloed uit te oefenen hopeloos acht! Dat zij verre!"

„Ik voel ook veel meer voor het denkbeeld van mevrouw

Sluiten