Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ineens hoorde ze buiten roepen. „Daar zijn ze!"

Door mevrouw van Doesselaer schokte iets en nog sterker drukte ze zich tegen den coupé-wand om zooveel mogelijk onzichtbaar te blijven : een oogenblik strekte ze heur hand nog uit om het raampje te sluiten, maar ze had er den tijd niet meer voor; boven het geroezemoes uit hoorde ze de lachende hooge stemmetjes der meisjes en dan ineens zag ze mevrouw Paling met nog een dame op leeftijd, die gekleed was in een grijze heerenpantalon, temidden van de meisjes staan, die mevrouw Paling nu een mandje fruit aanboden.

Mevrouw van Doesselaer klemde haar lippen op elkaar en ze fronste heur wenkbrauwen van wrevel over het dreigende samenreizen met mevrouw Paling. Dat wilde ze niet. Nee, nee, dat wilde ze volstrekt niet!

Maar dan ineens liep de heele troep haastig terug, de stemmen verzwakten snel, een conducteur riep : „Einsteigen!" Er volgde een algemeene bestorming van den trein, geroep, gejoel, gelach, coupédeuren werden denderend dichtgeslagen en mevrouw van Doesselaer haalde diep en verlucht adem, toen een paar seconden later een dreuning door den trein voer en deze zich langzaam in beweging zette.

Het was een prachtigen zomerdag.

Het blauwe water van de Brienzer See lag roerloos tusschen de groene bergwanden, een passagiersboot met wapperende kleurige vlaggetjes versierd en vol passagiers sneed er een bruisende witte voren in.

Telkens schoot de trein in een tunnel; dan viel plots en wat beklemmend de duisternis en gloeide de gele plafondlamp aan tot een warm-avondlijk licht, maar dan, weldra, zilverde op den brokkeligen tunnelwand reeds weer een blauwe schemering, welke snel verhelderde, het avondlijke gele licht verbleekte en dan ineens was er weer alom de davering van het volle blauwgouden zonlicht op het meer en over de groene bergen.

De spoorlijn liep evenwijdig met den rijweg en toen de trein wat vaart minderde, zag mevrouw van Doesselaer over

1

Sluiten