Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zegelring de leuning vastgreep van den onbezetten stoel.

„Hm ...!" deed mevrouw Paling hard en op dat bevel sloegen ze alle drie de oogleden op.

Het was alles heel snel gegaan, zoo snel, dat meneer Pardus tijdens het neerzakken op zijn stoel eigenlijk pas ervoer in wier gezelschap hij terecht was gekomen.

Zijn schrik was onmiskenbaar in de schichtige wijze, waarop zijn hoofd even schokte, maar even onmiskenbaar was de dadelijke terugkeer van zijn tegenwoordigheid van geest in den grijns van blijde verrassing, waartoe hij zijn gelaat weer dadelijk wist te plooien.

„Och. .. dames .. ." sprak hij dan. „Wat een verrassing!"

Mevrouw Paling vestigde haar oogen strak op zijn gelaat en dan, met een dreigenden toon in haar stem:

„Verrassing? . . . O ja .. . Wie is U ook al weer?"

„Pardus . . . Mr Pardus," sprak hij wat weifelend.

„O juist... Pardus . . ." sprak ze dan met een verachtelijken neus in de lucht. „Ja, ja, ik herinner me uw portret gezien te hebben."

„Mijn portret?" vroeg hij verbaasd. „Waar dat, als ik vragen mag ?"

Ze keek hem nu vlak in zijn gezicht.

„In 't Politieblad waarschijnlijk."

Meneer Pardus verslikte zich in een slokje soep en werd vuurrood.

„Ik ben me niet bewust, dat mijn portret daar ooit in heeft gestaan," sprak hij dan op zachten toon.

„Dat zou dan een ernstige fout van de Redactie zijn," hoonde mevrouw Paling.

Meneer Pardus antwoordde niet dadelijk.

Hij overwoog, begreep ten volle, dat de situatie uiterst moeilijk was, doch moeielijkheden waren er ook voor hem alleen maar om overwonnen te worden. Daar zat hij dus nu onverwachts tegenover drie vrouwen, drie dames, die hem stuk voor stuk zeer vijandig gezind waren, wijl ze wisten, dat ze door hem waren bedrogen en opgelicht.

Sluiten