Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen ze deze stroeve legende er dan eindelijk uit had, maar Christiaan's scherp en geoefend vernuft had niet de minste moeite gehad om het geval te begrijpen en hij zeide dan ook, dat hij liever de punt van zijn tong zou afbijten, dan ook maar met een woord te kikken over het gebeurde in Thun of over zijn opdracht.

Zoodat mevrouw van Doesselaer dan ten slotte toch nog met een gerust en opgewekt gemoed naar de garden-partij had kunnen tijgen.

Tegen half vijf was het bezoek wel het grootst; de zon bescheen de fleurige groepen vroolijk lachende en pratende menschen, waaronder zich heel wat jonge meisjes in kleurige zomertoiletjes bevonden; het was een jolijtelijk gezoem en gekwinkeleer van stem- en lach-geluidjes ; onder al dat kleurige lag het gazon gestrekt als een frisch groen tapijt, terwijl de bloeiende en groene heesterranden, het schouwspel omgaven als de zomersche coulissen van een Arcadisch blijspel.

Rond de groote eeretafel voor de tuinkamer, een plek waar het volgens Paps zelfs niet kon tochten als er een orkaan woei, zaten Paps en zijn drie schoonmoeders, mevrouw van Haemsteede, juffrouw Te Meetelaar en nog enkele dames en heeren op leeftijd, die als regel rheumatische of bronchiale bezwaren hadden tegen buiten-zitten, maar zich thans op deze wonderplek volkomen safe en gelukkig gevoelden.

„U verwacht Uw kinderen toch ook nog, als ik goed begrepen heb?" vroeg Paps aan mevrouw van Haemsteede.

„Zeker, zeker, meneer Drent," antwoordde de aangesprokene, „maar te voet is een heel eind. En mijn schoondochter heeft, nu ze eenmaal loopen moet, zich aangewend om erge groote en onregelmatige stappen te nemen en dat is dan wel eens oorzaak, dat mijn zoon — die overigens ontzettend sterk is, een athletische figuur — onderweg wel eens rusten wil."

„Ah juist," zei Paps.

„Mijn zoon is wetenschappelijk getraind ziet U, die loopt

Sluiten