Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kleine operatie, een bezoek bij den tandarts — die bij het kind sterke onlustgevoelens hebben opgewekt, eindeloos als spel herhaald worden. Dat prettige gebeurtenissen lang achtereen in spel worden omgezet is begrijpelijk, omdat daarbij steeds weer iets aangenaams herbeleefd wordt. Toch is dit een typisch kinderlijke eigenschap, die bij den volwassene niet vaak meer wordt aangetroffen. Het herhaaldelijk moeten aanhooren of lezen van eenzelfde verhaal bezorgt den volwassene over het algemeen al heel gauw een gevoel van verveling. Het kleine kind daarentegen wordt niet moe het zelfde verhaaltje een groot aantal keeren aan te hooren. Het vraagt er zelfs om en zal elke verandering, die in het verhaal wordt aangebracht om de eentonigheid te breken, onder protest afwijzen. Het eischt nadrukkelijk de identiteit met het origineel. Het terugvinden der identiteit is, zoo zegt Freud, voor het kind juist

een bron van genot.

Nu levert nauwkeurig waarnemen van spelen met onlustvollen

inhoud eenige aspecten op, die wijzen op een verzwakking van het onlustvolle der oorspronkelijke beleving in het spel. Freud vestigt er de aandacht op, dat het kind, dat in de rgj^tgit de lijdende, zwakke en passieve partij was, in zijn spelde rollen omkeert sn nu de sterke en machtige is, die zijn makkertje of een stuk speelgoed het in werkelijkheid zelf ondervonden leed aandoet. Door dezen overgang van passiviteit naar activiteit probeert het kind het onaangename van de oorspronkelijke beleving te verzwakken. Tot dit doel wordt ook van een ander middel gebruik gemaakt, namelijk, dat aan een in spel omgezette gebeurtenis een prettige afloop, een „happy end" wordt gegeven. Hieruit blijkt wel zeer duidelijk het wenschkarakter

van het spel.

Niettegenstaande deze laatstgenoemde feiten acht Freud de neiging tot herhalen van onlustvolle belevingen, die hij niet

alleen bij het spel, maar ook bij den droom en de neurose waarnam, niet zonder meer te verklaren door het lust-onlustprincipe. Hij komt daarom tot de conceptie van een ander principe, dat onze psychische organisatie beheerscht, namelijk de Wiederholungszwang, die den mensch noopt onaangename belevingen zoo dikwijls te herhalen, tot deze geheel geassimi-

Sluiten