Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'erdraagt dit echter, om de omaevina niet te hinrleren

^ O V^V^IV^M, Z.WI IUCI

H.uiTOI; unyeTwi|reia een praestatie voor zoo'n kleinen dreumes. Om deze affectvolle belevi nQ tfi m i I rei n korknr.il L:: _l_

^ ~ wwi.vsil, MCNIUUII I II | Ut?

gehee e scene van weggaan en terugkomen als magische handeling in zijn spel, waarbij het weer verschijnen van den klos natuurlijk als wenschbevrediging dient te worden beschouwd terwijl de klos waarschijnlijk de moeder beteekent. Waarschijn-

hik wrint iii+ x_ i_ _ i

'iuy Te DespreKen spellet|e, krijgt men

.! ! , den indruk, dat het niet onmogelijk is, dat de jongen langs den weg der identificatie er zich zelf mee herlnplrlo

.W, r}M D.atl^et kmd in ziin eerste spel uitsluitend het wegzijn zoo ^ vee vu dig uitbeeldde, dus juist dat, wat hem zoo'n onlust be-

' B' m zieT rreud een uiting van den herhaaldwang. Door de tallooze herhalingen tracht het kindje het onlustvolle affect als gevolg van het weggaan van zijn moeder te assimieeren te verwerken, om zich er zoo mee te verzoenen. ' , Mogelijk heeft het ook de beteekenis van een agressie tegen zijn moeder, omdat zij hem in den steek liet. Dan zou het spel beteekenen een koppig.- „ga maar weg, laat me maar in de steek, ik heb je niet noodig, kijk maar, ik stuur je zelf weg". Voor dezen uitleg pleit wellicht het volgende: het zelfde jongetje gooide een jaar later stukken speelgoed, die hem geërgerd hadden, steeds van zich weg met de woorden: „geh in K(r)ieg".

Zijn vader was toentertijd namelijk in den oorlog en de jongen had reeds Hikwiilc rlni^elüU i,~ . ..

had reeds dikwijls duidelijk te kennen gegeven, dat hij diens afwezigheid niet betreurde, omdat hij dan moeder voor zich

~ 11 L _ I i .

UI,öen naa. ni| gedroeg zich dus tegen het speelgoed evenals een jaar tevoren wellicht tegen zijn moeder: „erger je me, ga dan maar weg".

Dat de beide spelletjes, het wegslingeren van allerhande voorwerpen en het gooien met den klos, inderdaad dienden ter assimilatie van de onaangename belevingen, in het periodiek weggaan van de moeder gelegen, bevestigt een derde spel. Toen de moeder eens na een afwezigheid van eenige uren eindelijk weer thuis kwam, begroette het kind haar direct met de mededeeling: „Bebi o-o-o-o!" Dit werd eerst niet begrepen, totdat bleek, dat de jongen, terwijl moeder weg was, het volgende gespeeld had: Hij ging voor de spiegelkast staan

Sluiten