Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rent wanhopig door de kamers of om het huis, trekt zich de haren uit, bijt zichzelf, bonkt met haar hoofdje tegen de meubels of tegen den vloer, zoodat builen ontstaan, verscheurt haar kleertjes en maakt bij dit alles den indruk van aan een radelooze wanhoop ten prooi te zijn. Zij heeft deze „opvliegingen", zooals de moeder het noemt, meermalen per dag, gedurende eenige dagen. Op zulk een periode, waarin zij weigert te eten, huilerig, hangerig en lusteloos is, volgt een periode van uitgelaten vroolijkheid, waarin zij prikkelbaar en volkomen onhandelbaar is en uiterst agressief optreedt tegen haar moeder, die zij dan bijt, trapt, slaat en treitert door ongezeggelijkheid, kapotgooien van keukengerei e. d. (soms is zij agressief tegen haar broertje, echter nooit tegen haar vader). Zij heeft in deze perioden van uitgelaten vroolijkheid een opvallend grooten eetlust, smeert zich in met ontlasting en steekt deze zelfs in haar mond. Haar instelling is altijd ambivalent; buiten deze agressies en wandaden kan zij buitengewoon lief en „welopgevoed" zijn. Het eene oogenblik vindt zij b.v. ontlasting ontzettend vies („Mamma, Jantje — d.w.z. haar broertje — stinke zóó, potje leeg maké"), even later op den dag smeert zij zich met ontlasting in. Als Jantje huilt, zal zij hem den eenen keer medelijdend troosten, een ander maal bijt ze hem nog eens extra in zijn handje. Verder heeft zij 's nachts meermalen aanvallen van pavor nocturnus: uit haar slaap springt zij ineens rechtop, gaat weer zitten, gilt ontzettend met een van angst vertrokken gezichtje, krijgt een schok door haar geheele lichaam, miskent de omgeving en blijft gillen tot zij opgenomen en kalmeerend toegesproken is. Dan komt zij pas tot bedaren. Uit haar eerste ontwikkeling noteeren wij de volgende bijzonderheden: Ze heeft 3 maanden borstvoeding gehad, was buitengewoon gulzig en huilde erg, wanneer zij niet gauw genoeg of niet voldoende de borst kreeg. Toen zij met 3 maanden gespeend werd, heeft zij hier volgens de moeder niet met protesten op gereageerd en nam even graag de flesch. Toen ze vier maanden oud was, toonde ze haar willetje door hardnekkig te weigeren om te drinken. Pas na een klapje op haar broek dronk ze. Omstreeks terzelfdertijd viel het de moeder op, dat ze het heerlijk vond gewasschen te worden;

Sluiten