Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij illusionnair verwerkt in den droom en slaapt de enuresislijder door. Wordt de prikkel te intens of houdt hij te lang aan, dan komt het tot ontwaken, zooals het bij Fokke het geval was. (Hij werd wakker, toen hij het nèt in zijn broek gedaan had. „Het was nog warm", „Ik heb gedroomd", „Van vuur"). Blijft de prikkel in intensiteit of duur beneden een bepaalden drempel, dan blijft de illusionnaire verwerking uit en slaapt de lijder aan enuresis, ongestoord door droomen, door, om eerst bij het opstaan te ontdekken, dat hij in bed gewaterd heeft. Het komt ons belangwekkend voor, de bovengestelde vraag experimenteel nader te onderzoeken, niet alleen bij enuresislijders, maar voornamelijk bij personen, die niet bedwateren.

Ook de psychogenese van Fokke's tic-verschijnselen is ons niet recht duidelijk geworden. Ferenczi') wijst erop, dat een krenking van het narcisme, veelal in den vorm van een lichamelijke vernedering (ziekte, slaag) voorwaarde is voor het ontstaan van tics. Deze hebben dan de beteekenis van een afweer van de narcistische krenking. Veelal berusten ze op een fixatie aan een praegenitale phase van het erotische driftleven. Het komt echter ook voor, dat ze als conversiehysterische verschijnselen moeten worden gewaardeerd en de beteekenis hebben van onanie-aequivalenten (verschuiving naar boven).

Aan slaag en ziekte heeft het Fokke inderdaad niet ontbroken. Het afwisselend optreden van masturbatie en tics vormt een aanwijzing, dat de laatste als masturbatorische aequivalenten dienen te worden opgevat.

Spel: Fokke is een voorbeeld van een kind met een ernstige spelremming. Echt spelen kon hij vóór de behandeling niet. Bij ons bepaalde zijn spel zich vrijwel uitsluitend tot 'het aaneenbinden van wagens, die dan eentonig werden rondgereden. Het overige speelgoed werd niet of nauwelijks aangeraakt, hoewel uit de vraag, of er een nieuw ameublement voor het poppenhuis kon worden gekocht, blijkt, dat hij eigenlijk wel graag ihiermee zou willen spelen. De enkele keeren,

') S. Ferenczi: Psychoanalytische Betrachtungen über den Tic. Bausteine zur Psychoanalyse. Bd. I, blz. 193. Int. PsA. Verlag, Wien, 1927.

Sluiten