Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SAMENVATTING.

Het onderzoek, dat verricht is in de Psychiatrische Kinderpolikliniek van de Rijksuniversiteit te Leiden, stelt zich ten doel de psychoanalytische opvattingen omtrent het vrije kinderspel critisch te toetsen. Het vraagstuk heeft voor de schrijfster twee zijden, te weten een theoretisch-wetenschappelijke en een practisch-therapeutische. Het gaat er niet alleen om dieper inzicht te verkrijgen in de psychologie en psychopathologie van het kind, maar ook en vooral om de therapeutische waarde van de spelanalyse na te gaan.

Na een overzicht van de niet-psychoanalytische speltheorie├źn worden de psychoanalytische opvattingen over het spel uiteengezet. Vervolgens worden de doel- en vraagstellingen aangegeven, die als richtlijnen zullen dienen bij het onderzoek. Dit onderzoek, aan welks inrichting een afzonderlijk hoofdstuk is gewijd, is geschied aan een zeven-tal kinderen met neurotische verschijnselen van de bovengenoemde Psychiatrische Kinderpolikliniek. Na beschrijving en bespreking van de verrichte spelanalyses en de therapeutische resultaten hiervan geeft de schrijfster een overzicht van de verkregen uitkomsten, om dan tot de volgende conclusies te komen:

1. Kinderen met neurotische verschijnselen vertoonen in meerdere of mindere mate 'het verschijnsel van spelremming. Ze spelen vaak niet. Spelen zij, zoo toont hun spel weinig variatie, wordt het steeds op vrijwel dezelfde wijze uitgevoerd en heeft het steeds het neurotisch conflict tot motief, terwijl de realiteit er weinig in betrokken wordt.

2. Kinderen, die in hun spel geremd zijn, behoeven geen neurotische verschijnselen te hebben. Persoonlijkheidsstructuur, milieu-invloeden en incidenteele factoren kunnen eveneens aanleiding geven tot het verschijnsel van spelremming.

Sluiten