Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vanneer het zich in het nauw gebracht voelt en zijn schrik eensklaps overgaat in woede, er op os slaat, bijt, krabt, pikt, enz., al naar zijn aard en aanleg. Wie dus met dieren goede maatjes vil worden, moet ze niet zoals het kalfje al te gauw aan het lijf komen. We moeten ze gelegenheid geven, met ons vertrouwd te worden. Ons stilhoudend, moeten wij het dier toestaan, ons :e bekijken, ons te beruiken. Het moet aan ons stemgeluid, aan onze bewegingen, wennen, kogels zijn in het algemeen niet op aanrakingen gesteld, al laten kakatoe’s zich graag kopje crauwen en al laten ook andere vogels zich op den duur wel door ons liefkozen. Bij zoogdieren ioe je het beste, eerst eens te kijken, hoe en waar ze elkaar liefkozend belikken, kopjes geven. Daarom is de kindertuin het ware begin van kennismaking met dieren en onderzoek van tiun gedrag, want bij deze van jongsaf aan de mens gewende jonge dieren kunnen kinderen >n ouderen zich de kunst van de eerste omgang eigen maken. Dit is niet altijd zo gemakkelijk ils het wel lijkt.

Ben treffend staaltje, hoe wij ons bij dierengedrag schromelijk kunnen vergissen, is wel tiet volgende: Wij zijn bij de bavianen in het apenhuis. Een kind houdt een baviaan een zakje met lekkers voor. De aap probeert er iets uit te pakken, maar omdat hij het wat onhandig doet, beginnen de omstanders hard te lachen. Opeens springt de baviaan woedend met opgetrokken wenkbrauwen en bovenlip, zodat zijn vervaarlijke hoektanden te zien komen, tegen de tralies op en grijpt verwoed naar het handje van het kind, dat, geschrokken, gelukkig gauw achteruit springt. Had het dat niet gedaan, dan zou het waarschijnlijk een lelijke krab te pakken hebben

gehad. Nu de mensen en hun haastig oordeel: „Wét een vals dier, wüt een gemenerd.

Maar ze hebben het totaal mis. Ze zien het op hun menselijke manier en weten niet, hoe de baviaan het hele geval met „bavianenogen” bekijkend, niet anders kón doen. De mensen hebben hard gelachen, waarvan de baviaan schrok en bovendien lieten ze bij het lachen hun tanden zien. Nu betekent „tanden laten zien” in de bavianenwereld woedend dreigement. Een mannetjesbaviaan, die van nature als hoofd van zijn troep deze beschermen moet, kan volgens zijn aangeboren aanleg op zo’n vijandigheid niet anders antwoorden dan met woedend worden en dreigend aanvallen. Ook hier dus weer geen boos opzet, evenmin als bij de gans.

Een tweede staaltje van een zeer voor de hand liggende vergissing, een denken aan jaloersheid bij iets, wat geen menselijke jaloersheid is: Iemand heeft een Java-aapje als huisgenoot. Er komt visite. Vriendelijk lachend komt de bezoekster met uitgestoken hand op de gastvrouw toe en geeft haar een zoen. Het lieve aapje doet een woedende uitval. „Zeker jaloers” zegt de bezoekster vergoelijkend en dat denkt de gastvrouw ook. Toch behoeft dit weer niet het geval te zijn, al heeft het er de schijn van. Het tanden laten zien bij het vriendelijk lachen, de vreemde handeling van hand uitsteken en zoen geven, dat alles was in de oogen van het aapje een grijpende en bijtende aanval op de gastvrouw. Dit was dus voor het dier een aanvallen van zijn gezelschap, want zo beschouwt het de vriendelijk met hem omgaande huisgenoten. Het kan dan volgens zijn aangeboren aanleg al weer niets anders doen dan dreigend uitvallen.

Altijd goed onderzoeken en opletten is dus het parool. Ook in de kindertuin krijg

Sluiten