Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voet op de grond, dat wil dus zeggen: tot aan pols en hiel. Wil je het je heel duidelijk maken, waar nu bij de beer aan de voorpoten schouder en elleboog, aan de achterpoten heup en knie zitten, ga dan even op handen en voeten lopen. Volg je nu een leeuwenpoot van boven naar beneden, dan merk je, dat bij hen alleen tenen en vingers de grond raken. Zij zijn teengangers en daardoor spring-specialisten. Bij de hoefdieren — denken wij maar aan de mooie zebra’s of aan de antilopen — zien wij de gehele hand en voet van de grond. Als je door deze poot-studies enthousiast geworden, ook bij andere dieren in Artis zoudt willen onderzoeken, hoe ze lopen, dan is het zeer aan te bevelen, altijd bij de schouder te beginnen, daar je anders gauw de kluts kwijt raakt, omdat de verschillen het meest in handen en voeten tot uiting komen.

Wij gaan weer verder. De Ijsberen (47) staan ons al op te wachten. In ’t hoge Noorden, waar zij thuis horen, moeten ze bijna onzichtbaar zijn op de besneeuwde ijsvelden. Zoals wij sokken onder onze schoenen aantrekken om op glad ijs te kunnen lopen, heeft de ijsbeer haarkwasten in de naden van zijn zolen en is dus de echte „beer op sokken”. Hij is zeer groot en de enige beer, die hoofdzakelijk van dierlijk voedsel leeft. De grootste der beerachtigen, tevens het grootste roofdier, is de Bruine Beer van Alaska. Wat zien beren er goedig, lobbesachtig uit! Pas op, vergis je niet. Gevaarlijk zijn ze en onberekenbaarder dan kat- of hondachtigen, want ze trekken niet zulke sprekende gezichten, ze vertonen niet zulke duidelijke uitdrukkingsbewegingen, die verraden, wat er in hen omgaat. Dierentemmers zijn dan ook altijd veel meer op hun hoede voor de „gluiperige” beren en ijsberen, die plotseling kunnen aanvallen, dan voor leeuwen of tijgers. De bruine beer van Alaska, al is hij de grootste, is niet zo gevaarlijk als de ijsbeer en de Grisly, Grijze- of Grimbeer (44) v^n Amerika. De grisly heeft een zilvergrauwe pels en witte nagels aan de voorpoten. Hij kan harder lopen dan een mens; klimmen doet hij echter alleen, als hij jong is. De andere Amerikaan, de Zwarte Beer of Barïbal kan wel klimmen; deze vreedzame natuur valt een mens niet aan.

Nu rest ons nog, iets te vertellen over de krompotige boomberen, n.m. de Tibetaanse kraagbeer, de Maleise- of honingbeer en de Voor-Indische lippenbeer, alle drie klimmers bij uitnemendheid. De naam Kraagbeer is goed gekozen, want aan de hals staan de haren als een kraag uit. De Maleise- of Honingberen (G) hebben in Artis een apart verblijf, een passende entourage van roodachtige rotsen, omgeven door een geul met hoge wanden. Aardig steekt de witte v-vormige keelvlek af tegen het overige zwart. Ze ravotten, rennen en klimmen om het vele lekkers, dat hun zo rijkelijk wordt toegegooid, te bemachtigen. Allerkoddigst duiken ze plotseling voor ons op; dan met de voorpoten in de lucht houden ze zich op de achterpoten in evenwicht en hunkeren naar meer. Dol zijn ze op zoetigheid. Besmeer een korstje brood met jam, gooi het op de rots en nadat het stukje verorberd is, zul je ze nog op de plaats, waar het gelegen heeft, zien likken naar mogelijke jamrestjes. Voer ze ook eens zuurtjes, zie hoe ze daarvan genieten en er maar niet genoeg van kunnen krijgen, zodat ze elkaar wederzijds de beschuimde snoeten aflikken. Ze hebben een ruim glanzig vel, wat hen bij het ravotten goed te pas kan komen, want omdat de huid vooral bij de hals

Sluiten