Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vermeng de aardappelen met zout en peper en klop ze dan luchtig met den room. Voeg de kaas bij in kleine stukjes en klop alles goed door elkaar.

Zes porties.

N ouilles alsaciennes (frimsels).

Men doet 300 gr. bloem in een kom en voegt daar geleidelijk 3 geklutste eieren en een mespunt zout bij. Kneed het verkregen deeg met de hand en vorm er een bal van op een met meel bestoven plank.

Verdeel den bal in vier kleine ballen. Rol ze zoo dun mogelijk uit en laat ze wat drogen. Dan rolt men ze op en snijdt ze in smalle reepen, die men op een doek weer uitrolt en eenige uren laat drogen. Zoo kan men ze enkele dagen bewaren op een droge plaats.

Men bereidt ze door ze in kokend zout water te werpen en ze, als ze gaar zijn, met boter te stoven of ze met bruine boter te overgieten. Restjes deeg worden in die boter gebakken en er mee op de nouilles geworpen.

Soep kookt men er van door bij het kookwater wat melk te voegen en ze op te dienen met in boter gebakken croütons (dobbelsteentjes brood).

Schenkelès.

Men roert 125 gr. boter, 175 gr. suiker, 4 eieren en wat geraspte citroenschil te zamen schuimig. Dan voegt men zooveel bloem bij, dat een glad deeg ontstaat, waaraan men kan trekken zonder dat het breekt. Hiervan vormt men worstjes, die men langzaam in heet vet laat bakken tot ze springen. Dan laat men ze uitdruipen en dient ze warm op, bestrooid met suiker en kaneel.

Voor de hefhebbers van de Elzasser keuken is het zeker belangwekkend, te vernemen wat op een feest-

Sluiten