Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De boeren eten veel pap: „Mus” of „Plenten”. Het „Mus” vinden we terug in het Müsli, het dieet-ontbijtgerecht van den arts Bircher-Benner, wiens sanatorium te Zürich zoo bekend geworden is.

„Knödl, Nudl, Muas und Plenten sein die vier Tiroler Elementen.”

Niet alleen in Tirol, ook in de Zwitsersche Alpen. Daarbij komen melk en karnemelk, aardappels, rapen en een weinig harde, magere kaas. De fijne Zwitsersche kaassoorten verschijnen alleen als dessert op de tafels der gegoeden. Een bekende lekkernij is de gesmolten kaas („fondue” of „geschmolzene Raclette”). Bij appels en peren wordt ook kaas genoten, evenals bij den jongen most (o.a. de Heida), dien men met heete kastanjes en kaas, soms ook wat gedroogd vleesch, gebruikt. Vleesch is bij de boeren verder alleen weggelegd voor hen, die ’s winters „ins Holz” gaan houtkappen, dus wel een extraatje noodig hebben.

Veel gedroogde vruchten worden gebruikt; „Bire, Chas und Süffi”: gedroogde peren, kaas en Molke.

De „koffie” der boeren wordt bereid uit cichorei, vijgen, tuinboonen of het zaad van blauwe lupinen. En „teetrinken” beteekent: foezelrum gebruiken.

Veel kersen worden in koppige Schnaps verwerkt.

Maar de alcoholvrije „Süssmost” vindt op de geheele wereld haar weerga niet. Wie heeft zich op vermoeiende tochten niet gelaafd aan Ramseier, Kiesener en hoe de tallooze soorten ongegiste most van appels, peren of druiven heeten mogen, zoo verrukkelijk rinsch en frisch en zuiver van smaak en daarbij vaak ongelooflijk goedkoop, of ze nu van de fabriek komt of door de leden van den plaatselijken Obstbauverein eigenhandig gemaakt is. De Silener Süssmost (die niet vervoerd kan

Sluiten