Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bamboespruiten. Goed doorroeren en weer toedekken. Ten laatste een mespunt cardamom en een mespunt suiker er door roeren en opdienen.

Kip, in de veeren gekookt (wei mao ki).

Een kip wordt uitgehaald en schoongemaakt, maar niet geplukt. Nu bestrijkt men de kip van binnen met zout en giet er 4 ons gelen wijn en 3 ons tsing tsiang in, waarbij men een schijf ui en een stuk gember voegt. De openingen dichtmaken met de huid en de kip tot een bol vervormen. Deze bol wordt geheel met leem bedekt en tusschen gloeiende kolen of in een matig houtvuur gezet. Als de bol pikzwart geworden is en begint kapot te gaan, gooit men ze in stukken op een steen of slaat er op met een hamer. De kip komt er sappig en geurig uit te voorschijn en laat haar veeren

meteen vallen.

Op dezelfde wijze behandelt men musschen, duiven, enz.

Gerookte kip (hi√ľn ki).

Een kip uithalen, plukken en schoonmaken. Een vulling maken van fijngehakte ui en gember, zout, gelen wijn en steranijs. Hiermee de kip vullen en ze op stoom koken.

Een pan half vullen met gebruikte en daarna gedroogde theebladen (of pijnboomzaagsel), ze op een vuurtje van takken zetten en bedekken met een rooster, waarop de kip gelegd wordt. De theebladen geven veel rook. De kip moet vaak gekeerd en telkens bedropen worden met een mengsel van 4 ons sesamolie en 6 ons tsing tsiang. Men gaat door tot de kip mooi glimmend bruin is.

Sluiten