Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eieren.

Gerookte eende-eieren (hiün tan).

Men kookt 10 eende-eieren in water hard, pelt ze en legt ze op een rooster om te rooken boven 2 ons basterdsuiker en 1 ons geurige kruiden. Als de eieren een rookkleur aangenomen hebben, kan men ze opwerken in figuren en in zout rollen. Men kan ze ook ongepeld laten maar de schaal rondom breken, zoodat een craquelé ontstaat. Deze eieren wrijft men in met zout.

Gezouten eende-eieren (jen hiën tan).

Eieren, op deze wijze bereid, worden zeer veel gegeten. Voor 100 eieren neemt men ^ schepel (3 liter) aseb van hout of stroo of houtskool, met 8 ons zout en 3 ons gelen wijn, aangemengd met 2 glazen thee. Men bedekt elk ei rondom met dit mengsel en doet ze in een kruik, die gesloten wordt. Niet te gebruiken voor minstens een maand verloopen is.

Met vleesch gevulde eieren (toen zjoe

sin tan).

Eenige eieren doorprikken en het wit er uit laten loopen. De witten bewaren. De dooiers breken en uit de schalen, die heel moeten blijven, verwijderen.

Een gehakt maken van 4 ons vleesch, wat gelen wijn, tsing tsiang, ui en gember. Men kan in plaats van vleesch ook schoon- en kleingemaakte garnalen nemen.

Hiermee vult men de eierschalen gedeeltelijk, vult ze verder op met het eiwit, sluit het gat met papier af en kookt de eieren te midden van de rijst. Om de eieren te gebruiken, breekt men de schalen en doopt de eieren in een saus van sesamolie en tsing tsiang, half om half.

Sluiten