Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lotuswortel, zoet (tsjao tang neoe).

Een half pond lotuswortels wordt geschild, schoongemaakt en gehakt. Twee ons aardnotenolie wordt verhit. Daarin werpt men 4 ons witte suiker, en, wanneer deze geheel gesmolten is, de lotuswortels. Goed roeren met een garde en een oogenhlik laten koken. Dan op een bord doen en met wat cinnamom bestrooien.

Lotuswortel met vleesch gevuld (tsjoe

zjoe sai noo piën).

Lotuswortels hebhen 7 a 8 holten in de lengterichting, welke men kan vullen.

Twee mooie wortels worden geschild, schoongemaakt en elk dwars in tweeën gesneden. Nu maakt men een gehakt van een pond vleesch zonder zenuwen, met ui, gember, gelen wijn en tsing tsiang. Dan vult men, met behulp van een eetstokje, de openingen in de wortels met dit mengsel. Daarna legt men de stukken tegen elkaar en bindt ze vast met een eindje bamboeschors.

Nu giet men in een pan 2 kommen vol kippebouillon, voegt iets zout toe en laat hierin de wortels zachtjes koken. Kan men met een stokje gemakkelijk in de wortels prikken, dan zijn ze gaar. Men haalt ze er uit, snijdt ze in schijfjes als saucijsjes en dient ze op met een kopje dat een mengsel bevat van sesamolie en tsing tsiang half om half en een snufje suiker.

Purée van taro-scheutjes (tsjao tsong

tsjan ju nai).

Eenige jonge scheuten van de taro-plant worden geschild, in koud water gewasschen, in schijven gesneden en in twee ons heet vet geworpen. Roeren, een ons zout en een handvol fijngehakte uien toevoegen.

Wat de pot schaft 9

Sluiten