Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgelezen. Geen wonder dat ook deze ijdele vertooning spoedig achterwege bleef.

Meer dan drie eeuwen zou het duren alvorens de accusatoire idee weer haar intrede zou doen.

§ 4. Het strafproces in Duitschland tot de hervormingspogingen omstreeks 1840.

Aan de verdere ontwikkeling en doorvoering van het inquisitoire strafproces werd in den tijd, volgende op de C. C. C., niets gedaan.

Althans niet van den kant van de Overheid. In theorie en practijk werd, met veronachtzaming van de Carolina, naar Italiaansche voorbeelden verder gewerkt. Men was niet in staat om op de door de C. C. C. gelegde grondslagen den arbeid voort te zetten en de inderdaad voor hun tijd té vooruitstrevende beginselen tot meerdere ontplooiing te brengen 33).

De schrijvers over strafrecht en strafproces hebben dan ook niet veel gepresteerd.

Een volgende en betere periode werd ingeluid door mannen als Benedictus carpzovius, met zijn „Practica nova Imperialis Saxonica rerum criminalium" (1635), johannes Brunnemann „Tractatus de inquisitionis processu" (1647) en jacob Friedrich Ludovici „Einleitung zum peinlichen Procesz" (1707).

Door hün geschriften vooral werd het inquisitoire proces verder uitgewerkt en kreeg het meer algemeene gelding ten koste van het accusatoire principe dat langzamerhand aan beteekenis inboette en verdween.

Das accusatorische Verfahren wurde jetzt in den Lehr- und Handbüchern des deutschen Criminalprozesses entweder gar nicht mehr oder nur ganz kurz und anhangsweise berührt und kaum wurde, bis zu der neuern lebendigern wissenschaftlichen Bewegung in Betreff der Reform des Strafverfahrens, eine Stimme laut, welche den accusatorischen Procesz mit einem ex officio handelnden Anklager dem herrschenden Inquisitionsprocesz zu substituiren vorgeschlagen hatte34). t

Alvorens verder in te gaan op de gevolgen die dit inquisitoire

33) ZACHARIAE. Handbuch des deutschen Strafprozesses, bladz. 143.

34) ZACHARIAE. Ibidem, bladz. 151.

Sluiten