Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de bewijsmiddelen betreft, moeten bij de procedures van vrijwillige rechtspraak als zoodanig uitgeschakeld worden de bekentenis en de eed. Ik zeide reeds, dat, daar bij een procedure van vrijwillige rechtspraak nimmer „partijen" alleen belang hebben, aan haar iedere invloed op den uitslag daarvan moet worden ontnomen. Derhalve gaat het niet aan, wanneer zulk een „partij het een of ander „bekent", den rechter het onderzoek naar de juistheid daarvan onmogelijk te maken. Om dezelfde reden kan men den uitslag der procedure niet afhankelijk maken van het feit, of zulk een „partij" om wie weet wat voor reden een bepaalden, door den rechter opgelegden eed al dan niet aflegt. Van eeden, door de eene „partij" aan de andere opgedragen, kan natuurlijk heelemaal geen sprake zijn.

Tenslotte nog een enkel woord over het bewijs in het algemeen. Het bestuurskarakter der procedures van vrijwillige rechtspraak brengt mede, dat binnen de door de wet gestelde grenzen de subjectieve overtuiging van den rechter den doorslag geeft. Het moet den rechter vrij staan, die overtuiging te bekomen uit welk feit hij maar wil; dientengevolge mag de rechter niet worden gebonden aan de bewijsregelen, die bij de contentieuse procedure gelden, noch aan de daar geldende bewijsmiddelen, maar moet hij op dit punt de grootst mogelijke vrijheid genieten 17).

Literatuur.

Wat de hoofdlijnen betreft, heerscht er onder de schrijvers over het onderhavige onderwerp een zeer groote mate van eenstemmigheid. Zoowel Star Busmann 18) als Suyling 19) zijn van oordeel, dat de rechter buiten de contentieuse gedingen aan de wettelijke bewijsregelen niet is gebonden. Ook Du Mosch20) beaamt terloops, dat: de rechter bij vrijwillige recht¬

spraak niet lijdelijk is, vrij in de wijze van zijn onderzoek „naar wat hij tot zijn voorlichting noodig acht en niet gebonden

17) Zie hieronder bij „Jurisprudentie", sub V.

l') Hoofdst. Burg. R.v., deel I, 3e druk, bldz. 11, No. 16.

••) T. in § 1 noot 10 a.p.

ao) In Rechtsgeleerd Magazijn 1915, bldz. 391 en 392.

Sluiten