Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dezen voor den rechter bevoegdheid en verplichting één zijn: een dergelijke verplichting kan den rechter immers alleen door de wet worden opgelegd.

De jurisprudentie gaat er eveneens geregeld van uit, dat een verzoekschrift op de wet moet zijn gegrond 5), zonder daarvoor echter eenig bijzonder argument te bezigen. Zoo overwoog de Hooge Raad bijvoorbeeld in 1930 6):

„dat artikel 686 R.v. mitsdien ten deze toepassing mist „en dus de Kantonrechter reeds op dezen grond terecht geweigerd „heeft (lees: zich onbevoegd verklaard heeft) van het verzoek „kennis te nemen".

Er zijn echter ook een aantal beslissingen te vinden, waarbij deze eisch stilzwijgend is losgelaten 7), eveneens zonder nade-

tellers" Ned. Jur. bl. 1926, bldz. 631 sqq.), omdat onze wet den rechter nergens verbiedt gerechtelijke handelingen te verrichten, welke hem niet met zooveel woorden zijn opgedragen en zulk een verbod ook niet stilzwijgend behoort te worden aanvaard. Mijns inziens een weinig overtuigende aanval op de heerschende leer. Zie ook: Ktg. Arnhem 26 Juli 1932 N.J. 1932 bldz. 1052.

«) T. in 3) a.p.

6) Zie: Rb. Zierikzee 30 September 1887 W. 5466 met literatuuropgave; H.R. 8 Maart 1888 W. 5530; Rb. Amsterdam 25 Mei 1892 W. 6230; Hof Amsterdam 27 October 1893 W. 6434 bevestigend Rb. Amsterdam 5 October 1893; Rb. den Haag 26 Februari 1917 N.J. 1917 bldz. 569; Rb. Zwolle 13 Maart 1920 N.J. 1920 bldz. 889 en Hof Arnhem 23 Juni 1920 N.J. 1920 bldz. 889; Rb. den Haag 19 Januari 1920 N.J. 1922 bldz. 352; Rb. den Haag 11 Augustus 1922 N.J. 1922 bldz. 1274; Rb. Amsterdam 26 September 1924 N.J. 1925 bldz. 27; H.R. 10 December 1930 N.J. 1931 bldz. 605; H.R. 11 Mei 1931 N.J. 1931 bldz. 1617; Rb. Zwolle 21 Mei en 24 Juni 1931 N.J. 1931 bldz. 1166 en 1167.

Zie ook de in 11) vermelde beslissingen.

•) H.R. 10 December 1930, aangehaald in 5).

') Zie: Hof den Haag 28 November 1887 W. 5529 vernietigend Rb. Zierikzee 30 September 1887 (zie noot 5); Hof den Haag 26 Maart 1914 N.J. 1915 bldz. 51; Hof 's-Hertogenbosch 19 Juni 1915 W. 9811; H.R. 3 December 1915 N.J. 1916 bldz. 1^40; H.R. 26 September 1918 N.J. 1918 bldz. 1013.

Zie ook: Rb. Haarlem 20 Januari 1885 W. 5200; Rb. Rotterdam 2 Mei 1927 W. 11985 en naar aanleiding daarvan Ed. W. Prak en H. W. C. J. de Jong in W. 11999, 12005, 12017 en 12041.

Sluiten