Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF IN HET GEMEENTELIJK BESTEL

Al deze voorbeelden betreffen inrichtingen ten behoeve van het verkeer, den handel en de industrie. Ook in directe behoeften van de burgers werd voorzien. Zoo vermeldt Treub1): ,,De zorg dat het der bevolking bij slechten oogst niet aan het noodige graan zal ontbreken, is bij de gebrekkige verkeersmiddelen van destijds van zoo overwegend algemeen belang, dat in alle steden, — behalve in die groote handelssteden, waar dit gevaar door een uitgebreiden graanhandel wordt weggenomen — het stadsbestuur zelf graankoopman wordt. In overvloedige tijden slaat het aanzienlijke hoeveelheden graan in en bergt deze in zijn stedelijke pakhuizen op, om in tijden van schaarschte het oploopen van den prijs of misschien zelfs den hongersnood tegen te gaan." 2)

Met den bloei der steden nam ook de stedelijke behoeften- Tijd der verzorging toe. Blok vermeldt, dat in Leiden sinds 1655 een straat- Republ,e'igeld werd geheven, ingesteld tot geregeld onderhoud der straten,

riolen en goten, dat oorspronkelijk door den stadsstratenmaker werd beheerd en verantwoord. Sedert 1675 exploiteerde de stad zelf een bank van leening 3).

Het postwezen werd door de stedelijke overheid sinds 1663 verzorgd, terwijl de exploitatie daarvan in 1735 door de stad zelf ter hand werd genomen. Spoedig daarna (1749) kwamen de posterijen echter aan het gewestelijk bestuur der Staten van Holland 4).

In Amsterdam werd in 1609 voor rekening en risico der stad de beroemde Amsterdamsche wisselbank opgericht, die tot 1819 heeft bestaan. Wisselbanken bestonden ook te Rotterdam, Delft en Middelburg. In 1611 werd de Amsterdamsche beurs voor den handel opengesteld 5).

Vijf steden, Leiden, Franeker, Groningen, Utrecht en Harder-

) De economische politiek der Middeleeuwsche steden in Hoofdstukken uit de geschiedenis der staathuishoudkunde, 4e druk blz. 30.

2) Wellicht generaliseert Treub hier te veel uit een aantal hem bekende gevallen —hij noemt in het bijzonder Utrecht —, wanneer hij spreekt van alle steden behalve de groote handelssteden met een uitgebreiden graanhandel.

3) Blok, Een Hollandsche stad onder de Republiek, blz. 295.

4) T.a.p. blz. 220 en 221.

5) Brugmans, Het staatkundig en maatschappelijk leven der Nederlandsche steden,

blz. 365.

Sluiten