Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTSTAAN VAN HET GEMEENTEBEDRIJF

besluit hetzij een der ministeries krachtens een algemeene wet.

Dit toezicht is wel aangewend om de gemeenten in haar streven tot exploitatie van bedrijven te beknotten. Het centraal gezag heeft steeds geaarzeld om aan de plaatselijke besturen toe te staan zich met commercieele ondernemingen bezig te houden. Toch is practisch ondanks dit toezicht het gemeentelijk bedrijfsbeheer in Engeland tot groote ontwikkeling gekomen, omdat voor de oprichting van allerlei bedrijven speciale motieven, ontleend aan hygiënische en andere als publiek erkende belangen, konden worden aangevoerd, waardoor het economisch karakter van de bemoeiing op den achtergrond kon worden geschoven. Het toezicht heeft dan ook in hoofdzaak gediend om voor het financieele beheer regelen te stellen, in het bijzonder betreffende de amortisatie van het in het bedrijf te steken kapitaal, doch dikwijls ook inzake de tarieven en de besteding van winsten, dit alles met het oog op de belangen van de gemeentelijke belastingbetalers x).

In Frankrijk is het niet de wet, doch de administratieve recht- Frankrijk, spraak van den Conseil d'Etat geweest, welke de gemeentelijke economische bedrijvigheid aan banden trachtte te leggen. Hierbij zijn drie tijdvakken te onderscheiden, de tijd vóór den wereldoorlog, de tijd van 1914 tot 1926 en de jaren sinds 1926.

Vóór 1914 stond de Conseil d'Etat vijandig tegenover gemeentelijk bedrijfsbeheer. Dit standpunt berustte op een oud beginsel,

dat van de vrijheid van handel en industrie (neergelegd in de wet van 17 Maart 1791), waaruit een onbevoegdheid van de gemeenten om zich op dit terrein te bewegen werd afgeleid. Overigens werden in de beslissingen van den Conseil ook andere argumenten, zooals onbekwaamheid tot en het risico van bedrijfsbeheer, aangevoerd.

Slechts in uitzonderingsgevallen, voornamelijk waar een wettelijke bepaling daartoe aanleiding gaf en overigens bij onvoldoendheid van het particulier initiatief, werd de stichting van gemeentelijke bedrijven toegestaan.

De oorlogstijd bracht noodzakelijkerwijs allerlei speciale wettelijke regelingen, waarop gemeentelijk bedrijfsbeheer gebaseerd kon

l) Montagu Harris in Gedenkboek Ver. v. Nederl. Gemeenten 1912—1937, blz. 312,

Knoop, t.a. p. blz. 367 en vlg, Cox in rapport der Union Internationale, blz. 83.

Sluiten