Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF VOLGENS DE GEMEENTEWET

rijke gemeentebedrijven te belasten. Historisch heeft dit bezwaar wellicht sterker gewogen dan de noodzakelijkheid van een afzonderlijke administratie. In die richting wijst, dat het deurtje, waardoor de bedrijven formeel in de gemeentehuishouding zijn getreden,

is geweest het bekende artikel 114èis oud (thans 122), dat uitzonderingen op de uitsluitende bevoegdheid van den Ontvanger toelaatbaar maakte.

Theoretisch ware immers een andere oplossing mogelijk geweest, n.1. den Ontvanger ook met het kasbeheer der bedrijven te belasten, doch voor de administratie der bedrijven een andere regeling dan die der Gemeentewet in te voeren. Dat dit in sommige gevallen zelfs een verkieselijke oplossing zou zijn geweest, bewijst de latere invoering in enkele gemeenten van het zgn. centraal kasbeheer, waarbij inderdaad de Ontvanger ook als kassier der bedrijven optreedt x).'

De wetgever is met de regeling van de zelfstandigheid van het gemeentebedrijf niet verder gegaan dan strikt noodzakelijk was. De zelfstandigheid is daardoor beperkt tot het administratieve beheer. Op twee negatieve elementen van die zelfstandigheid vestig ik daarom de aandacht.

Voor het technische beheer achtte de wetgever geen regeling Geen wettenoodig. De algemeene figuur van de gemeentelijke bestuursorganen van ^et met daaronder werkende ambtenaren werd ook voor het beheer der technische bedrijven voldoende geacht.

Het gemeentebedrijf volgens de bepalingen der Gemeentewet Geen re^tsmist rechtspersoonlijkheid. Juridisch is het onafgescheiden van de gemeente als geheel. Wie met een gemeentebedrijf te maken heeft,

heeft juridisch de gemeente als wederpartij. De bezittingen, vorderingen en schulden van het bedrijf zijn bezittingen, vorderingen en schulden der gemeente, het bedrijfspersoneel is personeel der gemeente, de organen der gemeente, bevoegd voor haar te besluiten en te handelen, zijn ook de uitsluitend gerechtigden in de zaken van het bedrijf.

Dit ontbreken van eigen rechtspersoonlijkheid is niet een nood-

L) Nader wordt het centrale kasbeheer besproken in hoofdstuk VIII § 2.

(\

Sluiten