Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

De beslissing in het Tielsche geval heeft naar mijn meening de Consequenpraktijk niet veel verder gebracht. Ook voordien werden wel aan tles' commissies van bijstand soortgelijke bevoegdheden als aan de Tielsche commissie toegekend. Waar de grens tusschen de toelaatbare en de niet toelaatbare zelfstandigheid moet worden gelegd, is niet duidelijk en ik betwijfel, of hier „een voortschrijdende evolutie" is, waardoor de weg naar grootere zelfstandigheid in geleidelijk tempo zal worden afgelegd.

Het is ook niet mijn indruk, dat zooals de Minister schreef, het vooral in groote gemeenten moeilijk is het karakter van bloot adviseerend college voor de commissies van bijstand te handhaven.

Verder gaande bevoegdheden trof ik niet in de verordeningen der groote gemeenten aan en zijn mij daarvan in de praktijk ook niet bekend. In de groote gemeenten worden de formeele grenzen wel in acht genomen. Van kleinere en middelgroote gemeenten zag ik verschillende verordeningen, die aan de bijstandscommissies bepaalde of vrij algemeene beheersbevoegdheden gaven.

Slechts een wetswijziging zal m.i. den weg kunnen banen naar Wets-

i ji • j i ï . ï • • voorstellen.

een ruimere bevoegdheid der bijstandscommissies.

Voorstellen hiertoe zijn wel gedaan. Het Wetsontwerp Kuyper Ontwerpbevatte een artikel, volgens hetwelk de Raad voor zooveel noodig Kuyper' zou bepalen, welk deel van het dagelijksch en technisch beheer door B. en W. kon worden overgedragen aan een commissie van bijstand (artikel 231c).

Een geheel zelfstandige commissie van beheer, welke, met de geheele leiding van het bedrijf belast, daarvoor tegenover den Raad de volle verantwoordelijkheid zou dragen, wenschte het ontwerp niet. Aan B. en W. ,,die alleen in staat zijn het geheel der gemeentehuishouding te overzien, die alle belangen der gemeente moeten behartigen en zorgen, dat het evenwicht van de algemeene geldmiddelen der gemeente niet wordt verbroken", behoorde „de opperste leiding van zaken, met name het beheer van de geldmiddelen van het bedrijf, onverkort te blijven". Dit sloot echter niet uit, dat aan een commissie tot bijstand in het beheer een deel van het beheer als bijv. het dagelij ksch toezicht op de handelingen van den technischen leider van het bedrijf, alsmede de beslissing in

Sluiten