Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN STREEKVOORZIENING

Winst op levering aan of in buitengemeenten.

OpvattingVan den Tempel.

deeren; wordt minder verbruikt, dan moet zij niettemin voor de met-geleverde hoeveelheid betalen. Dit kan billijk zijn, indien het productiebedrijf slechts door ontvangst van de gegarandeerde som een voldoende vergoeding verkrijgt voor de ten behoeve van de levering aan of in de buitengemeente gemaakte kosten.

In sommige contracten zijn de tariefsbepalingen ook aangevuld door een verplichting van de buitengemeente om de kosten der hoofdleiding naar het net geheel of gedeeltelijk aan het productiebedrijf te vergoeden.

Een algemeene vraag doet zich ten aanzien van al deze financieele regelingen voor: In hoeverre is het billijk, dat zij voor de productiegemeente winsten opleveren?

De buitengemeenten betoogen dikwijls, dat de centrumgemeente met de leveringen aan haar distributiebedrijven of rechtstreeks in haar gebied belangrijke winsten behaalt. Op deze wijze aldus hare woordvoerders — dragen de ingezetenen van het platteland bij tot de inkomsten van de stad en zijn zij als het ware externe belastingbetalers geworden.

Ik meen niet al te zeer op het vraagstuk van de winst der gemeentebedrijven vooruit te loopen, indien ik deze kwestie hier aansnijd.

De centrumgemeente kan het standpunt huldigen, dat daargelaten, of zij aan haar eigen gemeentenaren de producten van haar bedrijven zonder winst zou dienen te leveren, zij hiertoe geenszins gehouden zou zijn jegens de buitengemeente, voor wier belangen zij niet heeft zorg te dragen.

Van den Tempel x) acht dit standpunt te beperkt. Hij ziet den Staat in het huidige maatschappelijke leven als het beheerschende sociale organisme, terwijl de provincies en de gemeenten slechts deelen van dit organisme zijn. „Het is in strijd met het wezen en het doel van dit sociale organisme, indien het eene deel, de eene gemeente, met gebruikmaking van zijn monopolistische positie winst maakt ten koste van het andere". Hij acht dit het gevolg van een niet volgroeide organisatie, omdat het beheer der ondernemingen niet berust bij een publiek lichaam, of een intercommunale organisatie,

•) T. o. p. blz. 126—128.

Sluiten