Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

electriciteit geleverd. Voor zoover die levering reeds plaats heeft,

wordt zij gestaakt".

Op grond van deze verordening was een perceel van den toevoer van gas en electriciteit afgesloten. De eigenaar stelde een vordering wegens onrechtmatige daad in, welke de Hooge Raad ') afwees na overweging, dat „al aangenomen, dat voor de gemeente Leeuwarden uit de monopoliseering der levering van gas en electriciteit eene verplichting tot levering daarvan voortvloeide, hier in elk geval enkel sprake zou kunnen zijn van eene verplichting, voor zooverre deze mocht voortvloeien uit regelen, die de gemeente daaromtrent zich zelve zou hebben gesteld, daar buiten die verordening geen wet of wettelijk voorschrift bestaat, waarin zoodanige verplichting is vastgelegd, terwijl in het geval, waarover de strijd van partijen loopt, de gemeentelijke regelen de verplichting om te leveren juist uitsluiten .

Weigering Günther is van oordeel, dat in andere gevallen, waarin een onrechTmati e gemeentelijk orgaan zonder nadere aanduiding bevoegd is verdaad? g klaard te beslissen omtrent aanvragen tot aansluiting of omtrent staking van de levering, weigering of afsluiting op grond van redenen buiten de verhouding bedrijf—afnemer gelegen volgens nieuwere jurisprudentie als een onrechtmatige daad zou kunnen worden beschouwd. Hij beroept zich hiertoe op het arrest van denHoogen

Raad d. d. 5 Mei 1933 (N. J. 1933, blz. 875, W. G. B. 1933, blz. 300),

volgens hetwelk ook de Overheid zich kan schuldig maken aan handelen of nalaten, dat indruischt tegen de zorgvuldigheid, welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed (en daardoor een onrechtmatige daad kan plegen), „wanneer zij aan dat verkeer deelneemt op gelijken voet als een bijzonder persoon, door handelingen te verrichten, die naar haar aard niet slechts door de Overheid maar ook door een bijzonder

persoon kunnen worden verricht .

Ik betwijfel deze conclusie, omdat de rechtspraak ook voor particulieren nog niet tot een onrechtmatige daad heeft verklaard het gebruik maken van een economische machtspositie. Wordt de Over-

1) H. R. 8 Februari 1929. W. 11969, N. ƒ. 1929. blz. 378. W. G. B. 1929. blz. 161.

Sluiten