Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTELIJK GRONDBEDRIJF

heeft daarom in 1915 reden gevonden een gemeentelijke hypotheekbank op te richten, uitsluitend voor het verstrekken van leeningen aan erfpachters.

Later is aan de bezwaren van de hypothecaire geldgevers de noodige aandacht geschonken. In overleg met de hypotheekbanken zijn bepalingen ten behoeve van de hypotheekhouders vastgesteld,

welke de gemeenten in haar erfpachtsvoorwaarden hebben opgenomen. Zoo zullen bij dreigende vervallenverklaring de hypotheekhouders worden gewaarschuwd en in de gelegenheid gesteld hunnerzijds voor de voldoening van het door den erfpachter verschuldigde te zorgen. Gaat de vervallenverklaring door, zoo zal de gemeente een nieuw erfpachtsrecht, voor een tijd, gelijk aan het nog niet verstreken gedeelte van den termijn, met de opstallen veilen en de opbrengst na aftrek van het aan de gemeente zelve verschuldigde allereerst aan den hypotheekhouder ten goede doen komen. Bij andere beëindiging van het erfpachtsrecht zal de te betalen schadeloosstelling ook weer in de eerste plaats dienen tot voldoening van de hypothecaire vorderingen 1).

Zoo leidde ook een bezwaar, dat met het hypothecaire crediet samenhing, tot de in de oudere erfpachtsvoorwaarden niet gebruikelijke vergoeding van de waarde der opstallen bij afloop van het recht. De geldgevers eischten namelijk een extra-jaarhjksche aflossing met het oog op de bepaling, dat bij het einde van de erfpacht de opstallen aan de gemeente zonder vergoeding overgingen.

Door dergelijke regelingen is het meerdere risico van hypotheek op erfpachtsgrond wel sterk verminderd, maar niet geheel opgeheven. Het is daarom begrijpelijk, dat al is de tegenzin in hypotheekverleening op erfpachtsperceelen afgenomen, de geldgevers gemakkelijker en op meestal wat betere voorwaarden bereid worden gevonden leeningen op eigendom te verstrekken.

4. De erfpacht van industrieterreinen vertoont nog een speciaal Bezwaar tegen bezwaar. Terreinen voor woningbouw zullen na de uitgifte in erf- inaustriepacht spoedig met woningen worden bezet. Waarschijnlijk zullen terreinen.

x) Model-bepalingen der Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten, artikelen 18—24, tvaarmede de Haagsche voorwaarden artikelen 18—24 grootendeels overeenstemmen.

Sluiten