Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in te gaan, doch ik wil hier alleen opmerken, dat deze leer, welke uit Duitschland afkomstig is, de relativiteit oorspronkelijk alleen brengt in verband met wetsbepalingen.

Zooals ik reeds eerder gelegenheid had op te merken, onderzoekt deze theorie, welke belangen de wetsbepalingen en andere normen beoogen te beschermen.

Het voornaamste bezwaar tegen deze leer is m.i., dat het veelal niet mogelijk is, vast te stellen, met welk doel een wetsbepaling of een maatschappelijke norm in het leven is geroepen. Wanneer dat doel wel is vast te stellen, gaat het m.i. nog niet aan om dengene, wiens belang practisch door die norm werd beschermd een actie te onthouden.

Ik meen daarom, dat de vordering had kunnen worden toegewezen, aangezien de dader normen van maatschappelijke betamelijkheid had overtreden welke den verzekeraar beschermden, zij 't ook, dat deze normen wellicht beoogden het belang van den eigenaar te beschermen.

In de volgende alinea van het arrest geeft de H.R. toe, dat er wel een norm bestaat ter rechtstreeksche bescherming van den verzekeraar, n.1. om niet zonder redelijken grond aan een ander opzettelijk nadeel toe te brengen, d.w.z. men mag niet brandstichten met de bedoeling om den verzekeraar schade toe te brengen.

In zijn noot onder het arrest zegt Meijers, dat de H.R. hier opzet identificeert met oogmerk. Hiervoor is volgens Meijers geen reden. Er bestaat ook nog opzet als zekerheidsbewustzijn. Volgens Meijers kan de regel van den H.R. beter aldus omschreven worden: „Men is verplicht een ander niet in strijd met een regel der wet of der betamelijkheid opzettelijk schade toe te brengen".

Volgens Meijers mag men elkaar wel opzettelijk schade toebrengen, maar mag men verlangen, „dat dit niet door wetsovertreding geschiedt, ook al zou het overtreden voorschrift niet in het belang van den benadeelde zijn geschreven".

Meijers voegt hieraan toe, dat hetzelfde dient te gelden voor schade, die als zeker voorzien kan worden.

Teneinde de aansprakelijkheid tegenover den verzekeraar vast te stellen moet men bedenken, dat hij slechts een uitkeering behoeft te doen, wanneer de verzekerde schade heeft geleden. Deze schade kan veroorzaakt zijn door menschelijke handelingen.

Sluiten