Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aderverkalking

Afkeer

in het leven bewust werden, waarbij de overgang van jeugdig tot volwassen individu zich psychisch relatief vroeg en snel voltrok.

Dan treden er klachten op, die direct met de verkalking der vaatwanden samenhangen. Hoofdpijn, geheugenzwakte, duizelingen enz. zijn symptomen, die in die richting wijzen. Het woord aderverkalking is misleidend, vaatverkalking zou beter zijn, immers het proces der kalkafzetting vindt evenzeer plaats in de slagaderen.

In de vaatwanden ontstaan kleine kalkhaardjes; de vaten worden meer geslingerd (aan de slapen vaak goed te zien) en voelen vaster aan. Het vaatnet „verstart”, de bloeddruk wordt wat hooger. Het is echter niet zeker, dat deze drukverhooging alleen van de vaatverkalking afhangt.

De verkalkte vaten hebben een grootere neiging tot contractie (samentrekking). Dit kan een reeks van kramp verschijnselen ten gevolge hebben (veel „rheumathiek van den ouden dag”); het kan leiden tot onvoldoende vaatverzorging van een of ander gebied, vooral teenen, onderbeenen, enz.

Dit kan tot voedingsstoornissen, tot slecht genezende

zweren („open been”), bij uitzondering zelfs tot afsterving van een der ledematen voeren.

Afkeer. Een afkeer hebben van bepaalde spijzen wordt wel aangezien als een vingerwijzing van de natuur. (Men breidt dit vaak ook tot op een ander levensgebied uit). Daarnaast is het een feit, dat o.a. in zekere ziektegevallen de afkeer van speciale voedingsmiddelen een steun voor de diagnose kan zijn; men meent, dat veel suikerzieken een tegenzin tegen suiker hebben, patiënten met maagkanker zouden een groote afkeer van vleesch hebben e.d.

De groote rol speelt eerstgenoemde stelling in de paedagogie: moet men een kind dwingen ook die spijzen te eten, waar het beslist niet van houdt, (er zijn steeds kinderen, die dan wel alles zouden kunnen laten staan), of moet men een kind zijn zin geven onder het motto, dat het van nature beter weet.

Een algemeene regel valt er natuurlijk niet te geven; wel kan men zeggen, dat onze smaak al vroeg zoo gedegenereerd is, dat de bedoelde natuurlijke intuïtie, aan welker bestaansmogelijkheid men gerust mag gelooven, zelden in haar onbedorven vorm aan

Sluiten