Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Basedow (Ziekte van)

Batesmethode

aardige glans der oogen maakt, dat de personen, die er uitgesproken aan lijden, tamelijk opvallen. Andere verschijnselen, zooals b.v. snelle pols, trillen der vingers, gejaagdheid, sterke prikkelbaarheid (snel blozen), mede in aanmerking genomen, geven een beeld, dat men treffend een „gekristalliseerde schrik” genoemd heeft. Verdere geregeld optredende symptomen zijn een sterk hittegevoel, neiging tot diarrhee, vermagering en groote moeheid. Meestal bestaat er een duidelijke krop, doch noodig is dit niet. Genoemde verschijnselen worden alle veroorzaakt door een abnormale werking van de schildklier; of er alleen een overmatige dan wel een abnormale afscheiding in het spel is, is nog steeds niet zeker uitgemaakt. Lichte gevallen, waarbij slechts enkele symptomen aanwezig zijn, komen nogal eens voor. Met een streng vegetarisch dieet is dan al veel te bereiken. De zwaardere gevallen, waarin vooral het hart veel te lijden heeft en de vermagering een hoogen graad kan bereiken, zijn in hun voortschrijden moeilijker te stuiten. Men zou deze ziekte zoo kunnen beschrijven, alsof alle verrichtingen boven het

middenrif, vooral het waarnemingsleven, woekeren en in het hart gestuwd worden, terwijl de stofwisseling, die feitelijk de tegenkracht moest geven, niet in staat is zich „boven” te doen gelden.

Batesmethode. Volgens de algemeene opvatting in de leer der oogheelkunde en oogphysiologie wordtde accommodatie, d.w.z. het instellen van het oog of den blik op dichtbij en veraf, bewerkt door vormveranderingen van de lens van het oog. Voor dichtbij zien zou deze boller worden, voor veraf zien platter. Veel proeven zijn er noodig geweest, om deze theorie indertijd eenigermate geloofwaardig te maken; thans wordt zij vrijwel algemeen aanvaard. De Amerikaansche oogarts Bates heeft als nieuwe opvatting in de wereld gebracht, dat het oog zelf van vorm (van lengte dus wat den afstand van de lens tot het netvlies betreft) kan veranderen, door werking van de uitwendige oogspieren, die van de buitenkant van het oog naar den beenigen wand achter in de oogkas loopen. De vier daarvan, die in de lengterichting trekken, zouden bij gezamelijke contractie den oogbol korter maken, een tweetal, dat

Sluiten