Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geelzucht

Geelzucht

dat nog aan het kind verbonden blijft, verdroogt spoedig en valt dan af. Na het afbinden en doorknippen van de navelstreng moet de moederkoek, (die intusschen door nieuwe samentrekkingen „naweeën” van de baarmoeder, van de wand daarvan is losgewoeld) nog naar buiten komen; dikwijls gebeurt dit spontaan, soms helpt de arts of de vroedvrouw een handje; een heel enkele maal wil deze „nageboorte” niet loskomen, en moet ze met de hand verwijderd worden.

Geelzucht. Van geelzucht spreekt men bij een geelkleuring van huid en slijmvliezen door galstuwing in het bloed. De gal is een vloeistof, die door de lever afgescheiden en in de galblaas, welke vlak tegen de lever aanligt, opgezameld wordt. Vanuit de galblaas komt de gal periodiek in den darm (en wel in het begin van den dunnen darm, den twaalfvingerigen darm) terecht en speelt daar een rol bij de vetvertering. Wanneer door een of andere oorzaak de afvloeiing in den darm onmogelijk is (door een steen in de galwegen, een gezwel of een ontsteking ervan) zal de gal, die door de lever dan evengoed geproduceerd wordt „een anderen kant uit” moeten gaan; zoodoende komt zij in het bloed

terecht. Bij de gewone geelzucht stelt men zich voor, dat die afsluiting ontstaat door zwelling van het slijmvlies van de galwegen tengevolge van een daarop voortgeschreden ontsteking van het darmslijmvlies; men hoort dan ook vaak over klachten van de zijde van de ingewanden, die vlak aan de geelzucht zijn voorafgegaan. Geelkleuring is niet het eenige gevolg van zoo’n galstuwing. Behalve de galkleurstof (bilirubine e.a.) die dit verschijnsel veroorzaakt, worden ook nog vele andere stoffen die de gal bevat (galzuren b.v.), in het bloed gestuwd; ook zij komen in de huid terecht en zijn o.a. de oorzaak van de soms zoo uiterst kwellende jeuk van geelzucht-patiënten. Het feit dat deze een (voor sommigen) zoo uiterst karakteristieken reuk verspreiden, wijst ook op het verschijnen van bepaalde stoffen in de zweetafscheiding.

De bovengenoemde z.g. „catar* rhale icterus” (die dus niet berust op een afsluiting door galsteenen of een tumor (gezwel) die op de galwegen drukt) duurt 2 tot 6 weken. Het geheele lichaam is daarbij geel; het eerst en het best ziet men het verschijnsel aan het wit der oogen. Geleidelijk aan ziet men dan de ontlasting weer don-

Sluiten