Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lichaamslengte

Linkshandigheid

of het uitkomt. In het algemeen is de vraag, hoeveel iemand moet wegen veelal niet te beantwoorden. Onder constitutie en dikte is hierover al het een en ander gezegd.

Lichaamslengte. Bij constitutie is al een en ander over lichaamsbouw vermeld. Een gemiddelde lichaamslengte valt wel op te geven bij de geboorte, zij is 50 c.M. Groote verschillen bij voldragen kinderen komen haast niet voor. In de eerste 3 maanden groeit het kind het snelst; aan het einde daarvan is het 60 c.M. Over de volgende 10 c.M. doet het 5 maanden: einde 8ste maand is het 70 c.M. Reeds nu komen er belangrijke individueele verschillen voor.

Dan gaat het steeds langzamer: met i-J jaar is de gemiddelde lengte 80 c.M., met 2 jaar 85 c.M. Na 4 jaren is het kind 1 M., daarna komen er gemiddeld per jaar 5 c.M. bij, waarbij iedereen maar al te zeer uit ervaring weet hoe weinig vele menschen zich aan een dergelijk gemiddelde storen. Het einde der groeiperiode ligt voor mannen in het 18de tot 20ste jaar. Voor vrouwen iets later. Een gemiddelde opgave is op deze leeftijden onmogelijk en heeft hoogstens waarde om te zien of de gemiddelde lengte van een be¬

paald volk of ras stijgt of daalt. Door professor Bolk is nagegaan en geconstateerd dat de gemiddelde lichaamslengte der Nederlanders in den laatsten tijd toeneemt.

Likdoorn. (Zie Eksteroogen).

Linkshandigheid. Met evenveel recht als naar de oorzaak van linkshandigheid gevraagd wordt, zou men naar die der (algemeenere) rechtshandigheid kunnen vragen. Er bestaat een theorie, dat deze daardoor ontstaat, omdat de linker hersenhelft (die door zenuwen met de rechter lichaamshelft verbonden is) gedurende de ontwikkeling van het kind vóór de geboorte en ook daarna meer gevoed wordt dan de rechter, door den meerderen bloedstoevoer ten gevolge van een asymmetrie (ongelijke verdeeling) van ’t bloedvaatstelsel, welke al gauw na de eerste ontwikkelingsstadia optreedt. Aangezien deze asymmetrie bij linkshandigen even duidelijk aanwezig was en is, wordt de geheele hypothese waardeloos. Men zou juist veeleer moeten vragen, waar die asymmetrie (in het bloedvaatstelsel met name) in ons lichaam vandaan komt I Zooveel is zeker, dat linkshandigheid volstrekt geen toevalligheid is, doch dat er een duidelijkverband bestaat met de geheele (geeste-

Sluiten