Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psych o-analyse

Psych o-analyse

wegingen zelfs geheel automatisch; het is een zegen, dat dit zoo is. Juist daardoor kan een mensch zich met zijn dagelijksch bewustzijn boveri die spheren verheffen. En in tegenstelling daarmee noemen we het gewaarwordingsleven, dat met het half- of niet-bewuste aandeel in onze handelingen samen hangt, het onderbewustzijn. Nu is, zooals gezegd, de mensch zich vaak slechts in geringe mate bewust van de drijfveer van zijn daden. Iemand zal b.v. bruin een leelijke kleur vinden en dit als zijn strikt persoonlijke meening zonder vooroordeel gevormd beschouwen. In werkelijkheid is hij vergeten, dat een onderwijzer uit zijn kinderjaren aan wie hij verschrikkelijk het land had, altijd een bruin pak droeg. Zulke voorbeelden kan men te kust en te keur in zijn omgeving vinden. Tal van oordeelen, indrukken, gevoelens liggen zoo in ons onderbewustzijn begraven en vormen mede de motieven van ons huidig denken, voelen en willen. Men vergeet b.v. bij iemand z’n handschoenen en weet niet, dat het onderbewustzijn ons hier parten heeft gespeeld en men onbewust dat heeft gedaan om nog eens bij die persoon terug te kunnen komen. Tot zoover zijn hier slechts mogelijkheden opgenoemd, die

men zoo nu en dan bewaarheid zal vinden. De psychoanalyse meent voor tal van gevoelens en handelingen in ons leven de oorsprong aan te kunnen geven, voor zoover die buiten ons directe bewustzijn als begraven voorstellingen, als complex, diep inhet onderbewustzijn begraven liggen.

Het kan voorkomen dat iemand neigingen heeft, gevoelens met zich meedraagt, die hem in conflict met de omgeving brengen, en waarvan hij het bestaan niet kan verklaren. De psychoanalyst probeert nu zijn handelingen, zijn woorden, gedachten en herinneringen zoo ver te ontleden, te analyseeren, dat op een gegeven oogenblik blijkt, welke voorstelling of groep van voorstellingen de persoon in quaestie ergens in z’n leven heeft opgedaan en welke nu als hinderend, bezwarend complex als zoodanig herkend worden. Voor het grootste deel worden deze conflicten teruggebracht tot sexueele complexen, in de jeugd ontstaan. Voor een deel worden deze weer op hun beurt van generatie op generatie overgeërfd gedacht en komt men dus op „oer-complexen” uit oude tijden, toen de mensch, (zoo stelt men zich daarbij voor) nog dierlijker was. Dat men zich „verspreken” kan

Sluiten