Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reflexen

Rekverband

bewegingen geldt de omstandigheid, dat ze niet of maar half bewust, als een reflex verloopen. Klassieke voorbeelden van reflexen zijn de pupil-reflexen (bij lichtinval vernauwing der pupil) en de ooglid-reflex (knippen bij onverwachte nadering van het oog met de hand b.v.).

De kniepees-rettex (naar voren slaan van het gebogen, los neerhangende onderbeen bij een tik op de kniepees, onder de knieschijf !) wordt zelfs wel als gezelschapsspelletje gebruikt.

Bij vele ziekten zijn de normale reflexen veranderd, d.w.z. versterkt, verzwakt of verdwenen. De pupil is dan b.v. ongevoelig voor lichtinval („lichtstijf”), de kniepeesreflex is niet op te wekken. Men moet zich voorstellen dat het gewaarwordings- of waarnemingsvermogen in de meer onderbewuste spheren van ons lichaam daarbij beduidend verminderd is.

Het kan dan voorkomen dat ook willekeurige bewegingen slechter en onzekerder dan gewoonlijk uitgevoerd worden, omdat immers het onwillekeurige, reflex-achtige aandeel zoo groot is. Men moet zeggen: het is verbazingwekkend te weten, hoe gering het volkomen bewuste aandeel is dat wij hebben bij het maken van de bewegin¬

gen in het dagelijksche leven.

Rekverband. Bij „beenbreuk” is vermeld, hoe bij het breken van een (pijp) been de twee stukken door het voortdurend trekken der spieren een eindweegs langs elkaar plegen te schuiven. Dit veroorzaakt dan ook de verkorting van het gebroken lichaamsdeel. Wil men de normale stand weer herstellen, dan zal dit dus moeten gebeuren onder sterk trekken om de weerstand der spieren te overwinnen: het „zetten” van het lid. Wil men deze stand behouden en opnieuw „afglijden” voorkomen, dan kan men óf een gipsverband aanleggen (zie bij beenbreuk) óf een rekverband, dat dan beoogt de tractie (het trekken) voortdurend vol te houden en zoodoende de beenstukken (min of meer beweeglijk) tegen elkaar te houden. Er moet dus zóó sterk getrokken worden (meestal door zakken zand) dat de spierkracht juist overwonnen wordt, niet sterker, daar er anders een gaping tusschen de afgebroken uiteinden zou komen.

Men trekt liefst in „vrij zwevenden” toestand. Hiervoor zijn natuurlijk (soms ingewikkelde) installaties noodig; men heeft het in deze dingen ver gebracht. Om aan een onderbeen, elle-

Sluiten