Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Typhus

Typhus

is als men bij de hooge temperatuur zou verwachten;

3. de rosé, ronde roode, kleine vlekjes op borst en buik, die pas in de tweede week van de ziekte opkomen;

4. de „typhustong”, de beslagen tong met een helder roode punt;

5. de sterke sufheid der dóór-endóór zieke patiënten, die meer dan bij een andere ziekte plegen te ijlen en onrustig te zijn;

6. de bijzondere ontlasting, die in typische gevallen diarrheeachtig is en van een hoedanigheid en kleur, die het best wordt omschreven door de daarvoor bekende volksuitdrukking: erwtensoep-diarrhee. Enz. enz.

Deze diarrhee begrijpt men, als men weet, dat de plaats van de eigenlijke zetel der belangrijkste afwijkingen de dunne darm is, waar zweren in ontstaan. Men heeft dus met een echte darmslijmvliesontsteking te doen.Deze ontsteking is het, die ook verantwoordelijk is voor de twee meest gevreesde complicaties van het typhoid: de darmbloeding en dcdarmdoorbraak (resp. door aanvreting van een bloedvat en van de darmwand) met gevaar voor verbloeding en voor buikvliesontsteking.

Beide complicaties kunnen in de oogenschijnlijk lichtste gevallen voorkomen, ook tijdens een recidief.

Er zijn typhoïd gevallen met meerdere recidieven. Ook over de kans op het optreden van zulk een terugval kan men van te voren nooit iets zeggen.

Bij welhaast geen ziekte zijn van de patiënt zóó zeer alle organen en weefsels aangedaan, „mee ziek”. Het beeld der ziekte is daarnaast uiterst wisselend bij de verschillende patiënten. Men vindt in de darm, in de ontlasting en in het bloed van de patiënten de typhusbacillen, die als de verwekkers der ziekte beschouwd worden. Voor de diag[ nose worden ze daaruit „gekweekt”. Met zekerheid kan dat pas in de 2e tot 3e ziekteweek gebeuren evenals een (bloed) serumreactie die voor de ziekte specifiek is (de z.g. agglutinatiereactie op typhusbacillen). De ontlasting is dan ook de bron der besmetting. Deze dient dus zorgvuldig gedesinfecteerd te worden.

Men begrijpt dat bacillendragers langs dezen weg bij onzindelijkheid voor hun omgeving de bron van gevaar kunnen opleveren. Juist bij buiktyphus komen immers zoo vaak bacillendragers voor (Zie aldaar). De typhusbacillen zetelen dan gewoonlijk in de galblaas en met de gal komen er telkens bacillen in den darm. Wanneer het riool van een boerenhofstede in dezelfde

Sluiten