Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voeding (kunstmatige)

suiker oplossen; 70 gram boter smelten en wachten tot de reuk naar „lagere vetzuren” (de ranzige lucht) juist weg is (de boter mag niet bruin worden !) daarna 70 gram meel daar doorheen roeren tot het een egale brij is en dan het suikerwater langzaam toevoegen. Men krijgt dan dus een „mengsel”, wat men gebruikt om de melk op de boven aangegeven wijze te verdunnen. Het best is, alles voor de heele dag klaar te maken en er telkens een fleschje van te nemen na dit op „lichaamstemperatuur” (iets warmer 1) te hebben gebracht.

Het zal soms noodig zijn, indien de zuigeling niet voldoende aankomt, deze voeding naar de een of andere richting te veranderen. De bespreking Haar, van hoort hier niet thuis. Er worden trouwens zeer veel methoden daarin gevolgd. Karnemelk kan dadelijk vol gegeven worden, moet met meel worden gekookt (zonder roeren) als volgt: ’t meel (2 eetl. op een liter) met de karnemelk aanlengen en opzetten; pas roeren als het reeds kookt waarna de suiker (3 4 pCt., dus op een liter 3° a 40 gram) toegevoegd wordt. De in flesschen verkochte melksoorten voor zuigelingenvoeding (nutricia b.v.) is makkelijk (men behoeft slechts

Voeding (kunstmatige)

de leeftijd van het kind in maanden op te geven) en niet bijster duur. Echter: ook het zelf klaar maken van de fleschjes heeft zijn charme 1 Bij tweeledige, borst- en kunstvoeding samen, is het beter een totale borstvoeding af te wisselen met een totale fleschvoeding, daar anders mogelijkerwijze de borst minder volledig leeggezogen wordt en het zog nog meer teruggaat. Men geeft ook den raad om in dit geval het gaatje in de speen (zie aldaar) wat nauw te maken, om het kind niet te laten wennen aan de makkelijke flesch.

Bijvoeding bestaat in de eerste plaats (na 3 d 4 maanden) uit vruchtensap, sinaasappelsap (3 d. 6 theelepeltjes) bij voorkeur, wat haast altijd graag genomen wordt. Appelmoes volgt al gauw. Na 5 d 6 maanden komen pas de eerste dunne papjes aan de beurt (maizena, kindermeel enz.), die ook een goede grondstof vormen om er allengs groentensappen, later ook de (gezeefde) groenten zelf doorheen te doen. Men zal er soms niet voor moeten terugschrikken zelfs door spinaziepap suiker te moeten doen; het kind is nu eenmaal als regel een geboren zoetekauw. Brood zal in ’t begin wel altijd met melk (of watermelk of water) even opge-

Sluiten