Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alleen aan elkaar gebonden door gemeenschappelijke economische belangen maar ook door andere gemeenschappelijke belangen. Ze woonden dikwijls in afzonderlijke wijken bij elkaar, hadden soms een gemeenschappelijken Schutspatroon en een eigen altaar in de kerk, ze waren verplicht invalide, oude en zieke leden te ondersteunen.

De familieproductie in de landbouw moest in de loop der tijden steeds meer plaats maken voor gezinsproductie, terwijl het bedrijf van de handwerkslieden werd verdrongen door de fabrieksindustrie. De gilden hielden daardoor op te bestaan. De leiders van de fabrieksindustrie in Nederland en de arbeiders,

die in „loondienst" in de fabriek werken, zijn alleen aan elkaar gebonden door economische belangen. In de laatste 50 jaren zijn de loonarbeiders er steeds meer toe overgegaan zich aaneen te sluiten tot vakverenigingen, die niet alleen economische,

maar ook andere belangen nastreven, zoals het verkrijgen van politieke macht, bevorderen van de geestelijke ontwikkeling, bestrijden van drankmisbruik. In Italië streeft men er naar de sociale band tussen werkgevers en arbeiders weer te herstellen door de inrichting van de „Corporatieve Staat"; dit onderwerp wordt ook behandeld in de Pauselijke Encycliek „Quadragesimo anno" van 1931 over „Het herstel der sociale orde".

Voorzover in Indië westerse gemeenschappelijke productie voorkomt, geschiedt dit vrijwel uitsluitend in de vorm van Naamloze Vennootschappen. Uit het bovenstaande volgt, dat de Nederlandse samenleving in Indië een sterk „individualistisch" karakter vertoont.

De Chinese samenleving in Indië ontleent haar karakter Chinese eveneens aan toestanden in China en dan moet men in aan- sal"e"lc

in inaie.

merking nemen, dat vóór de revolutie van 1912 in China de sociale verhoudingen in dit land gekenmerkt werden door een zeer hecht familieverband, dat ook tot uiting kwam, voorzover daar van gemeenschappelijke productie sprake was. Sedert 1912 is dit familieverband begonnen „af te slijten". In Indië wordt door de Chinezen hoofdzakelijk handel uitgeoefend en in verband met het bovenstaande komt „familieproductie" in de Chinese handel veelvuldig voor; immers van de 1.200.000 Chinezen,

die in Indië gevestigd zijn, bestaat een groot deel uit personen, of afstammelingen van personen, die vóór 1912 naar Indië zijn getrokken en dus de oude adat naar hier hebben overgebracht.

stikker, Economie. 2

Sluiten