Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geteelde rijst, mais, ketela en cocosnoten) vindt dan plaats om geld in handen te krijgen voor belasting of om kleren en andere benodigdheden te kunnen kopen.

inheemse Op Java worden de vandaar uitgevoerde Inlandse handelsïandbouw^op gewassen hoofdzakelijk geteeld door landbouwers, die tevens hun eigen voedsel verbouwen. De uitgevoerde kapok en copra zijn gewonnen hoofdzakelijk van kapokbomen en cocospalmen, die op de woonerven geplant zijn. De ketela, mais en cocosnoten zijn geteeld, gedeeltelijk voor eigen voedselvoorziening en gedeeltelijk voor export. De inheemse theeplanters in Oost- en West-Priangan en de tabaksplanters van Kedoe en Oost-Java zorgen meestal ook voor eigen voedselproductie. Grote klapper- en rubbertuinen, zoals die door de bevolking in de buitengewesten zijn aangelegd, vindt men op Java zeer weinig.

inheemse Toen in de tweede helft der 19e eeuw de vraag naar Indische ^de^Buiten1 producten toenam, ondervond de uitbreiding van de klappergewesten. cultuur in de buitengewesten geen belemmering wat de beschikbare gronden betreft; naderhand zijn in de buitengewesten ook uitgestrekte rubbertuinen door de bevolking aangelegd. Op Java was vrijwel alle beschikbare grond reeds voor de voedselvoorziening in beslag genomen. Tengevolge hiervan komt productie-uitsluitend-voor-de-handel bij de inheemse landbouw in de buitengewesten meer voor dan op Java en moet ook naar evenredigheid naar de buitengewesten meer rijst worden geïmporteerd. Borneo en Celebes werden dan ook in 1930 en 1931 zwaar getroffen door de lage copraprijzen en Sumatra en Borneo door de lage rubberprijzen. Men kan een aanplant van cocospalmen of rubberbomen niet binnen enkele weken veranderen in sawahs of maisvelden. In 1931 en 1932 zijn vele inheemse producenten van rubber en coprah in de buitengewesten, vooral op Sumatra, er toe overgegaan naast de handelsgewassen ook weer eigen voedsel te produceren. Toen evenwel de prijzen van de tropische handelsproducten hoog waren, in de periode van 1925—1928, heeft de bevolking in de buitengewesten daarvan grote financiële voordelen getrokken. Goederenruii Op Java is tengevolge van de wereldcrisis het geldverkeer op Java' in de inheemse maatschappij sterk verminderd; de bevolking beschikt over weinig geld, moet zich beperken in het kopen van geimporteerde goederen, terwijl in sommige streken ge-

Sluiten