Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoeften. Besparing komt wel voor, maar hoofdzakelijk door het aanwenden van arbeidskracht, het „vastleggen" van arbeidskracht in het bedrijf en doordat men voedsel „in natura" bewaart voor de schrale tijd, die elk jaar in December en Januari in vele streken terugkeert; over het algemeen is dus het sparen van geld iets, waar men vreemd tegenover staat.

De aanpassing aan westerse productiemethodes gaat derhalve gemakkelijker in streken, waar veel handelsgewassen geteeld worden. Men verkoopt zijn producten voor geld en met dat geld moet men zuinig omgaan om het gehele jaar door voedsel te kunnen kopen.

Uit het bovenstaande blijkt, dat voor de bevolking van een tropisch land, waar hoofdzakelijk landbouw wordt uitgeoefend, de overgang naar een productiewijze met veel kapitaalgoederen, met fabrieksindustrie, bezwaarlijk ineens voltrokken kan worden, uitheems De grootbedrijven, welke in Indië zijn gevestigd x) gebruiken k bfrjifs" grotendeels kapitaalgoederen, gekocht met gelden, welke door indië. uitheemten zijn bespaard. Hieronder volgt een overzicht van de gelden, welke door uitheemsen in Indische ondernemingen zijn belegd. (Mededeelingen van het Centraal kantoor voor de Statistiek no. 96 pag. 20).

Verder wordt, zoals reeds gezegd, het sparen belemmerd, wanneer de mensen in armoedige omstandigheden verkeren, wanneer zij alleen in staat zijn hun eerste levensbehoeften te bevredigen. Te sterke uitbreiding van de bevolking zal dus tengevolge hebben, dat er minder gespaard zal worden. Verder kan besparing belemmerd worden door mislukking van de oogst, te zware belastingdruk, werkloosheid.

Gevolgen van In Indië sparen vele inheemsen door geld op te potten goud oppotten. gn daarvoor gouden sieraden en gouden munten te kopen.

Deze voorwerpen worden als sieraad gedragen en kunnen in tijd van nood naar het pandhuis worden gebracht of worden verkocht. In verband met de moeilijke tijdsomstandigheden zijn in 1931 en 1932 grote hoeveelheden gouden voorwerpen in de desa verkocht aan opkopers en dit goud werd, soms na omsmelting, naar het buitenland verzonden. De hoeveelheid goud, welke in 1931 per postpaket naar het buitenland is verzonden wordt geschat op ƒ 20.000.000,— waarvan

J) Vergelijk pag. 36.

Sluiten