Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Verenigde Staten, Italië en Frankrijk x). In Nederland en Engeland is dit stelsel vrijwel onbekend, vandaar dat in Nederlandse economieboeken over deelbouw niet wordt gesproken.

Welke oorzaken kan men nu voor het bestaan van deelbouw aanwijzen? Deze oorzaken kunnen zeer verschillend zijn. In het algemeen kan men zeggen, dat de volgende omstandigheden het sluiten van deelbouwovereenkomsten in de hand werken:

i°. groot risico in het landbouwbedrijf. Deelbouw levert dan het voordeel op van verdeling van het risico. Beide partijen worden evenzeer getroffen door het mislukken van de oogst, terwijl bij een goede oogst beide partijen daarvan voordeel trekken.

2°. ongelijke verdeling van het grondbezit. Wanneer er een klasse van groot-grondbezitters bestaat naast een klasse van mensen, die geen gronden bezitten en evenmin kapitaalkrachtig zijn, dan worden de gronden bewerkt door arbeiders in loondienst of er worden deelbouwovereenkomsten gesloten. Bij deelbouw zorgt dan de grondbezitter tevens voor de verstrekking van de kapitaalgoederen. 3°. wanneer in een land het werken in loondienst als weinig eervol wordt beschouwd. Deelbouw levert dan het voordeel op, dat de landbouwer, die geen eigen grond bezit, toch zelfstandig een boerenbedrijf kan uitoefenen en dus voor ,,vol" wordt aangezien.

4°. wanneer het geldverkeer weinig ontwikkeld is.

Velen beweren, dat deelbouw over het algemeen niet bevorderlijk is voor de ontwikkeling van het landbouwbedrijf. Bewerker en rechthebbende zullen, zo zeggen zij, het hunne er toe bijdragen, om een gewone middelmatige oogst te verkrijgen maar meer ook niet. De bewerker zal zich niet tot het uiterste inspannen om een hoge opbrengst te verkrijgen, omdat hij slechts gedeeltelijk daarvan profiteert en evenzo redeneert de rechthebbende, wanneer de bewerker hem vraagt om meer dan de gewone hoeveelheid kapitaalgoederen te verstrekken. In landen waar zich het verschijnsel van de „mindere stijging van de opbrengst" in de landbouw in sterke

1) Dr. A. M. P. A. Scheltema, Deelbouw in NederlandschIndië, pag. 22.

Sluiten