Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De acte moet n.1. bevatten (behalve naam, plaats van vestiging, doel en regeling van het bestuur van de vereniging): i°. de bepaling, in welke mate en voor welke tijdsduur, elk der leden persoonlijk aansprakelijk is voor de verbintenissen en het tekort der vereniging.

2°. de voorwaarden van in- en uittreding der leden.

Uit het bovenstaande kan men zien, dat de aansprakelijkheid van de leden afhangt van de statuten.

Het is soms moeilijk uit te maken hoe die aansprakelijkheid bij de oprichting geregeld moet worden.

Wanneer ieder lid slechts aansprakelijk is tot bijvoorbeeld één gulden, dan zal niemand aan de coöperatie crediet durven geven. Zijn de leden hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden, dan zal misschien niemand lid willen worden. Dikwijls ziet men de bepaling opgenomen, dat elk lid aansprakelijk is naar evenredigheid van het aantal leden. Zijn er dus 50 leden dan is elk lid voor ^ deel voor de schulden aansprakelijk of ook wel: elk lid is naar evenredigheid aansprakelijk, doch tot een maximum van bijvoorbeeld ƒ 200.—.

Van veel belang is de bepaling, dat de coöperatie de bevoegdheid heeft, Inlandse bezitsrechten op gronden uit te oefenen.

Art. 10 zegt, dat op het kantoor van de vereniging een register aanwezig moet zijn, waarin de toe- en uittreding van de leden wordt genoteerd. Dit boek moet dagelijks worden bijgehouden, immers het lidmaatschap wordt alleen bewezen door dit boek.

Art. 21 zegt, dat ieder belanghebbende kosteloos inzage kan krijgen van dit register. Art. 19 en 20 zeggen, dat van de zuivere winst, die elk jaar gemaakt wordt, minstens een vierde gedeelte in een reservefonds moet worden gestort, totdat dit reservefonds een in de statuten voorgeschreven maximum heeft bereikt. x)

Art. 22 zegt: ,,De bestuurders der vereeniging zijn verplicht den persoon, daartoe schriftelijk gemachtigd door den adviseur

x) Wanneer dit reservefonds buiten het bedrijf wordt belegd (het reservefonds kan dus ook „in het bedrijf zelf" worden belegd) dan is belegging bij andere instellingen dan de Algemeene Volkscredietbank of de Postspaarbank alleen geoorloofd na goedkeuring door den Adviseur van Volkscredietwezen en Coöperatie.

Sluiten