Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de productie van het goed zijn nodig geweest. De ruilwaarde(prijs) van de opofferingen (kosten om een bepaald goed te produceren) noemt men: de kostprijs; tegenover de vraagprijs staat dus de kostprijs. Bijvoorbeeld: om een kast te maken zijn opgeofferd: de diensten door de arbeidskracht van den timmerman bewezen, de planken, spijkers en verf. De ruilwaarde van deze opofferingen in geld uitgedrukt, noemt men: de kostprijs van de kast. Om rijst voort te brengen is opgeofferd: de arbeid om de grond te bewerken, de grond te ontginnen, irrigatieleidingen aan te leggen enz.

We hebben gezegd, dat de vraagprijs bij ieder mens samenhangt met het grensnut, dat door een bepaald goed kan worden opgeleverd, zodat de vraagprijs daalt of stijgt, naarmate er meer of minder exemplaren van een bepaald goed tot zijn beschikking komen.

Hoe staat het nu met de kostprijs per eenheid van een bepaald goed, wanneer er meer exemplaren van dat goed geproduceerd moeten worden?

Dit hangt af van de vraag, welke van de drie verschijnselen zich bij de verhoging van de productie voordoen, de meerdere, de evenredige of de mindere stijging van de opbrengst.

Bijvoorbeeld: wordt er meer steenkool in een land geproduceerd, waarbij zich het verschijnsel van de meerdere stijging van de opbrengst voordoet, dan zullen de opofferingen minder gestegen zijn dan de steenkoolproductie. De kosten per éénheid steenkool zullen dus minder worden. Evenzo zullen bij het verschijnsel van de evenredige stijging van de opbrengst de kosten per éénheid gelijk blijven en bij een mindere stijging van de opbrengst zullen de kosten per éénheid omhoog gaan. Omgekeerd, wanneer de productie van een bepaald goed niet verhoogd, doch verminderd wordt, dan zal, naargelang van omstandigheden, de kostprijs per éénheid stijgen, gelijk blijven of verminderen.

Door uitvindingen verandert telkens de „stand van de techniek" en worden dus ook telkens veranderingen gebracht in bovengenoemde drie verschijnselen en de kostprijs van de goederen ondergaat dus telkens wijziging.

We zullen thans nagaan hoe de ruilverhouding tussen de Prijsvorming goederen tot stand komt waarbij we zullen veronderstellen, dat de in .J101 ,vri,e

^ J ruilverkeer.

ruilhandelingen steeds geschieden door tussenkomst van geld

Sluiten