Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Muntwet van 1912 ook, dat het goudgeld wettig betaalmiddel is.1) standaard- Men noemt de gouden munten in Indië Standaardgeld. geId" Standaardgeld is het geld, dat aan twee eisen voldoet nl. i°. het mag vrij worden aangemunt.

2°. het is wettig betaalmiddel tot een onbeperkt bedrag.

De naam „standaardgeld" is ontleend aan de omstandigheid, dat het goudgeld door bovengenoemde wettelijke bepalingen de grondslag vormt voor de waarde van het geld.

Naast het standaardgeld hebben we de zilveren munten van ƒ 2,50, ƒ 1,— en 50 cent. Dit noemt men tekengeld of tekenmunt. Tekenmunt is het geld, dat niet vrij kan worden aangemunt maar wel wettig betaalmiddel is tot een onbeperkt bedrag.

Tenslotte hebben we in Indië de pasmunt om kleine bedragen af te passen. Pasmunt is het geld, dat niet vrij kan worden aangemunt en wettig betaalmiddel is tot een beperkt bedrag, (zilvergeld van 25 en 10 cent, nikkelgeld van 5 cent en kopergeld van 2"2, x cent en | cent).

Het systeem, dat men in Indië heeft ingevoerd, noemt men het systeem van de hinkende standaard. Bij dit systeem heeft men dus naast het standaardgeld nog tekengeld en zonodig pasmunt.

De enkele standaard is het systeem, waarbij slechts één muntsoort wettig betaalmiddel tot een onbeperkt bedrag is en tevens vrij kan worden aangemunt, terwijl daarnaast slechts pasmunt in omloop is.

De dubbele standaard noemt men het systeem, waarbij twee muntsoorten van verschillend metaal vervaardigd, beiden vrij kunnen worden aangemunt en beiden wettig betaalmiddel zijn tot een onbeperkt bedrag.

Vroeger had men in vele landen de dubbele standaard (bimetalisme) doch daaraan is een groot bezwaar verbonden. Verondersteld dat men gouden en zilveren munten in omloop heeft, beiden met een gewicht van 6 gram. De wettige verhouding is bijvoorbeeld 15:1, dus één goudstuk of 15 zilveren

x) Naast de munten van ƒ 10,— worden er ook gouden munten van ƒ s,— geslagen. Deze munten zijn echter slechts in geringe hoeveelheid aangemaakt en men ziet ze zo goed als nimmer in het ruilverkeer dienst doen.

Sluiten