Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans, April 1936, bestaan er plannen om de Koelie-ordonnantie toepasselijk te verklaren voor Nieuw-Guinea. 40. ordonnantie van 1911 betreffende de ,,vrije arbeidsregeling".

Deze ordonnantie regelt de rechten en verplichtingen van Inlanders en Vreemde Oosterlingen, die op een onderneming werkzaam zijn, geen deel uitmaken van de inheemse bevolking van het gewest waar de onderneming gelegen is, en geen contract hebben gesloten op de voet van de Koelie-ordonnantie van 1931. In deze ordonnantie wordt de werkgever eveneens verplicht zorg te dragen voor behoorlijke huisvesting, voor geneeskundige behandeling, drink- en badwater.

Ten aanzien van de arbeiders is verboden: Verzet, belediging of bedreiging tegen den werkgever of zijn personeel, rustverstoring, vechterij, dronkenschap, en het aanmoedigen tot niet-naleving van werkovereenkomsten of het op enigerlei wijze begunstigen daarvan. Tegen overtreding van deze bepalingen is straf bedreigd van geldboete of hechtenis.

arbeiders werk- arbeiders werkzaam onder zaam volgens vrije poenale sanctie St. 1911 arbeiders

Mei 1930 273.291 43-S82 19.676

Januari 1933 22.974 143 811 8.809 x)

5°. Chinese arbeidersreglementen voor Bangka (1927, gewijzigd in 1932) en voor Billiton van 1932 en de bepalingen voor de Chinese balkenkapperijen en houtskoolbranderijen, de z.g. Panglongs, in de gewesten Riouw en Onderhoorigheden, Sumatra's Oostkust en Djambi, het Panglongreglement van 1923.

6°. wervingsordonnanties.

De werving van koelies op Java voor de buitengewesten is thans tot zeer bescheiden afmetingen teruggebracht in vergelijking met vroegere jaren.

Oorspronkelijk geschiedde de werving uitsluitend door de zogenaamde beroepswerving d. w. z. er waren particuliere bedrijven op Java gevestigd, die zich met mensen in verbinding stelden, bereid om te emigreren, en dan er voor zorgden,

*) Verslag Javasche Bank 1932—1933, pag. 46.

Sluiten