Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat die mensen een emigratiecontract op Java sloten. Deze werving is thans niet meer mogelijk.

Later hebben verschillende ondernemingen, op Sumatra gevestigd, eigen organisaties in het leven geroepen waarvan de voornaamste waren: de Adek (Algemeen Delisch Emigratiekantoor) en de Zusuma (Zuid Sumatra Landbouw Vereniging). De werving door middel van deze organisaties noemde men de eigen werving. In 1927 emigreerden er door de eigen werving 56500 personen. Zowel aan de beroepswerving als aan de eigen werving was dit bezwaar verbonden, dat het alleen mogelijk bleek te werven door middel van „aanbrengers" die de desa ingingen om de mensen tot emigratie over te halen, waarbij het dan niet mogelijk was behoorlijk te controleren of de emigranten werkelijk uit vrije beweging het contract tekenden.

Om dit bezwaar uit de weg te ruimen heeft men een ander systeem ingevoerd, dat zich aanpaste bij de methode, die reeds in Deli gebruikelijk was sedert 1880 voor het aanwerven van Chinese koelies. De Chinese koelies, die reeds enige jaren in Deli hadden gewerkt, de Laohkehs (oude gasten) maakten van hun verloftijd in China gebruik om vrienden en familieleden mee terug te nemen, de Singkehs (nieuwe gasten). De Laohkehwerving heeft men toen ook willen invoeren op Java en daarvoor werden kantoren op Java geopend door een combinatie van tabaks- en rubberondernemingen van Sumatra's Oostkust (D.P.V. en Avros). In 1927 gingen er reeds 9000 koelies door deze werving naar Sumatra. Dit systeem werd genoemd de vrije emigratie omdat de mensen geen contract op Java tekenden en ze, wanneer het hun in het vreemde land niet beviel, op kosten van de onderneming wee naar Java werden teruggezonden. In 1929 werd ook het systeem van vrije emigratie toegepast in Djocjakarta door de aldaar gevestigde Arbeidsbeurs. De werving is geregeld in verschillende ordonnanties (o. a. van 1914 en 1915).

In verband met het feit, dat vele ondernemingen op Sumatra werden gesloten en dus geen werk meer konden geven aan de uit Java afkomstige koelies moest in 1932 de moeilijkheid opgelost worden of men deze koelies op Sumatra aan eigen gronden zou helpen, zodat ze daar voor eigen rekening de landbouw konden uitoefenen, of dat de koelies weer naar Java moesten worden teruggezonden. Vele koelies zijn thans reeds in het bezit van eigen gronden gesteld.

Sluiten